Ik hoor velen fluisteren: 'Daar heb je 'Ontzetting‑overal'. Breng hem aan.' Ja, we brengen hem aan. Al mijn vrienden willen niets liever dan mij ten val brengen. Ze zeggen: 'Misschien laat hij zich misleiden, dan overmeesteren we hem en kunnen we ons op hem wreken.' God de Heer is bij mij als een machtig strijder. Mijn achtervolgers vallen neer, ze zullen niet overwinnen. Ze worden diep beschaamd, nooit bereiken ze niets. Hun schande duurt eeuwig, ze wordt nooit vergeten! God van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien hoe Gij u op hen wreekt. Ik heb immers mijn zaak in uw handen gelegd. Zing een lied, een loflied voor de Heer uw God, want Hij heeft het leven van de arme uit de macht van de boosdoeners gered.
Om U heb ik iedere smaad verdragen al steeg mij het schaamrood naar het gelaat. Een vreemdeling werd ik voor mijn verwanten, mijn eigen broers kennen mij niet meer. De zorg voor uw huis heeft mij uitgeteerd, op mij kwam de hoon neer van hen die U honen. Maar mijn gebed, Heer, richt ik tot U, nu is het de tijd van genade. Verhoor mij omdat Gij barmhartig zijt en trouw in het hulp verlenen. Ik ga gebogen onder mijn smart; God, laat uw hulp mij beschermen. Ziet toe, geringen, en weest verheugd, schept moed gij allen die God zoekt God luistert naar wat een arme Hem vraagt, vergeet zijn gevangenen niet Laat hemel en aarde Hem prijzen, de zee met al wat daar leeft.
Broeders en zusters, door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood en zo is de dood over alle mensen gekomen, aangezien allen gezondigd hebben. Er was immers reeds zonde in de wereld, voor de wet er was; maar zonde wordt niet aangerekend, waar geen wet is. Toch heeft de dood als koning geheerst in de tijd van Adam tot Mozes, dus ook over hen die zich niet op de wijze van Adam schuldig hadden gemaakt aan de overtreding van een gebod. Adam nu is het beeld van de Mens die komen moest. Maar de genade van God laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam. De fout van een mens bracht allen de dood, maar allen schonk Gods genade rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade, de ene mens Jezus Christus.
Weest niet bang voor hen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets is verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die en ziel en lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet een mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.
Je hebt hierbeneden geen definitief verblijf (Heb. 13,14). Waar je ook bent, je bent slechts een gast, een voorbijganger en je zult nooit vrede hebben tenzij je intiem met Jezus Christus verbonden bent. Wat zoek je toch om je heen? Het oord van je rust is niet hierbeneden. Jouw woonplaatsis in de hemel en niets hier op aarde behoort jou toe. Alles gaat voorbij en jij gaat voorbij met alles wat jou omgeeft. Let dus op om je nergens aan te hechten, want dan word je gegrepen en bent verloren. Dat je gedachte zich voortdurend tot de Allerhoogste richt, en dat je gebed naar Jezus Christus opstijgt. Als je niet weet te mediteren over de diepten van de hemelse mysteriën, rust dan in het Lijden van Christus, en houdt ervan om je in zijn heilige wonden te verbergen. Want als je schuilt in de wonden en de wondtekenen van Jezus, zul je een grote troost vinden in de beproevingen; je zult de minachting van de mensen niet meer vrezen, en je zult hun kritiek gemakkelijk dragen. In die wereld werd Jezus Christus door de mensen geminacht en in de meest extreme angst verlaten door zijn vrienden en naasten en overgeleverd aan de algehele schande. Jezus Christus wilde lijden en werd geminacht; en jij durft je te beklagen over de minste tegenwerking?... Als je met Christus wilt regeren, leven met Christus en voor Christus. Als je er een enkele maal toegekomen bent om in het hart van Jezus binnen te dringen, en als je zijn vurige liefde gevoeld had, zou je je niet langer bezighouden met hetgeen je bevalt en niet bevalt; je zult je eerder verheugen in vernederingen, want de liefde van Jezus staat de mensen toe om alles te minachten. Degene die van Jezus houdt en van de waarheid en die erin geslaagd is om zich vrij te maken van elke ontregelde affectie kan vrijuit naderen tot God, zijn geest opheffen tot boven de huidige toestand, en in Christus het eeuwige geluk smaken. Degene die alles beoordeeld naar wat het werkelijk waard is en niet naar de woorden en de opinie van de mensen, die is werkelijk wijs en door God onderricht.