Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Vrijdag 11 September : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 9,16-19.22b-27.
    on 11 september 2026 at 13:13

    Broeders en zusters, dat ik het evangelie predik, is voor mij geen reden om te roemen: ik kan niet anders. Wee mij, als ik het evangelie niet verkon­dig! Deed ik het uit eigen beweging, dan had ik recht op loon; maar zo is het niet, het is een taak die mij is toever­trouwd. Wat is dan mijn verdienste? Dat ik het evangelie kosteloos verkondig en geen gebruik maak van het recht, aan de prediking verbonden. Van allen onafhankelijk, heb ik mij de slaaf van allen gemaakt, om er zoveel mogelijk voor Christus te winnen. Met de zwakken ben ik zwak geworden, om de zwakken te winnen. Alles ben ik voor allen, om er tot elke prijs enkelen te redden. En ik doe alles voor het evangelie om er ook zelf deel aan te krijgen. Gij weet het: de hardlopers in het stadion lopen allen, maar slechts een wint de race. Loop zo dat ge wint! En de atleten ontzeg­gen zich bij de training allerlei dingen. Zij doen dat om een vergankelijke krans, wij om een onvergankelij­ke. Ik loop dan ook niet in den blinde, ik boks niet als een die in de lucht slaat. Ik beuk mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, zelf te worden verworpen.

  • Vrijdag 11 September : Psalmen 84(83),2-3.4.5-6.12.
    on 11 september 2026 at 13:13

    Hoe lieflijk is uw woning, Heer der hemelmachten Mijn ziel verlangt en hunkert naar uw heiligdom Mijn hart en heel mijn wezen gaan juichend uit naar U, de God die leeft. Want zelfs de mussen vinden wel een schuilplaats, de zwaluwen een nestje voor hun broed; voor mij is dat uw altaar, Heer der hemelmachten, mijn koning en mijn God! Gelukkig zij, die wonen in uw huis, o Heer, die U daar altijd mogen prijzen; Gelukkig die op U mag steunen hij zal zijn weg vervolgen met hernieuwde kracht. Want de Heer is als een zon en een schild; Hij geeft ons zegen en bescherming.

  • Vrijdag 11 September : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 6,39-42.
    on 11 september 2026 at 13:13

    In die tijd hield Jezus zijn leerlingen de volgende gelijkenis voor: 'Kan soms de ene blinde de andere leiden? Vallen dan niet beiden in de kuil? De leerling staat niet boven zijn meester; maar zal hij ten volle gevormd zijn als hij gelijk is zijn meester. Waarom kijkt ge naar de splinter in het oog van uw broeder en slaat ge geen acht op de balk in uw eigen oog? Hoe kunt ge tot uw broeder zeggen: Broeder, laat mij de splinter uit uw oog halen, terwijl ge de balk in uw eigen oog niet opmerkt? Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog, en dan zult ge scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen die in het oog van uw broeder zit.

  • Vrijdag 11 September : H. Cyrillus van Alexandrië
    on 11 september 2026 at 13:13

          "Geen leerling staat boven de leraar; slechts de goedopgeleide leerling zal als zijn leraar zijn." De gezegende leerlingen waren bestemd om gidsen en spirituele leraren van de gehele aarde te worden. Ze moesten dus, meer dan de anderen, blijk geven van een opmerkelijke ijver, bekend zijn met het leven volgens het Evangelie, en geoefend zijn om elk goed werk te doen. Ze moesten de leer onderrichtten, die exact en heilbrengend is en strikt overeenstemt met de waarheid, na zelf eerst in contemplatie te zijn geweest en hun intelligentie door het goddelijk licht te hebben laten verlichten. Zonder dat zouden ze als blinden zijn die andere blinden leiden. Want zij die in de duisternis van de onwetendheid zijn ondergedompeld, kunnen mensen die lijden aan dezelfde onwetendheid niet tot de kennis van de waarheid brengen. Als ze dat overigens zouden willen, dan zouden ze samen in de afgrond van hun slechte neigingen vallen.        Daarom heeft de Heer de neiging tot opschepperij die men bij veel mensen vindt, willen stoppen, en heeft hen afgeraden om met hun meesters te rivaliseren om hun reputatie te overtreffen. Hij zei tegen hen: "Geen leerling staat boven de leraar". Zelfs als iemand een gelijke graad van deugd bereikt met zijn voorgangers, dan zou men vooral hun bescheidenheid moeten navolgen. Paulus geeft er ons een bewijs van wanneer hij zegt: "Wees mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus" (1 Kor 11,1).       Als dat zo is, waarom oordeelt u dan, terwijl uw meester niet oordeelt? Want Hij is niet gekomen om de wereld te oordelen (Joh 12,47), maar om de wereld zijn genade te brengen (...). "Als Ik niet oordeel, oordeelt u die mijn leerling bent dan ook niet. Het kan zijn dat u even schuldig bent als degene die u veroordeelt (...). Wat gaat u het aan dat u de splinter in het oog van uw broeder ziet?"

  • Donderdag 10 September : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 8,1b-7.11-13.
    on 11 september 2026 at 13:13

    Broeders en zusters, kennis alleen leidt tot eigen­waan, het is de liefde die opbouwt. Als iemand kennis meent te bezitten, kent hij nog niet op de juiste wijze. Maar wie liefheeft, die is gekend. Wat nu het eten van offervlees betreft, wij weten dat er in de hele wereld geen afgod bestaat en dat er geen God is behalve een. Want al zijn er ook zogenaamde goden, hetzij in de hemel hetzij op aarde ‑ en in deze zin zijn er ongetwij­feld goden en heren in menigte ‑ toch is er voor ons maar een God, de Vader, uit wie het al voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en een Heer, Jezus Christus, door wie het al bestaat en wij in het bijzonder. Ondertussen bezitten niet allen die kennis. Sommigen, nog altijd niet innerlijk vrij ten aanzien van de afgoden, kunnen het vlees dat aan de goden geofferd is, alleen maar als zodanig beschouwen, en hun geweten, zwak als het is, wordt besmet, als zij het eten. Dan gaat ten gevolge van uw `kennis' de zwakke verloren, de broeder voor wie Christus is gestorven. Door te zondigen tegen de broeders en hun angst­vallig geweten te kwetsen, zondigt gij tegen Christus. Daarom, als mijn eten aanstoot geeft aan mijn broeder zal ik in eeuwigheid geen vlees meer gebrui­ken, om mijn broeder geen aanstoot te geven.