Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Donderdag 15 Januari : Uit het 1e boek Samuël 4,1-11.
    on 14 januari 2026 at 20:31

    In die dagen trokken de Israëlieten ten strijde tegen de Filistijnen. Ze sloegen hun kamp op bij Eben-Haëzer; de Filistijnen lagen in Afek. Nadat de Filistijnen zich in slagorde tegenover de Israëlieten hadden opgesteld, brandde de strijd los. Israël werd door de Filistijnen verslagen: vierduizend man sneuvelden in de slag. Toen het leger naar het kamp was teruggekeerd, vroegen de oudsten van Israël: ‘Hoe komt het dat de Heer ons vandaag tegen de Filistijnen een nederlaag heeft laten lijden? De ark van het verbond met de Heer moet uit Silo hierheen worden gehaald. Dan zal de Heer in ons midden zijn en ons bevrijden uit de greep van onze vijanden.’ Het leger liet de ark van het verbond uit Silo overbrengen, de ark van de Heer van de hemelse machten, die op de cherubs troont. Chofni en Pinechas, de beide zonen van Eli, kwamen met de ark mee. Toen de ark van het verbond met de Heer in het legerkamp aankwam, barstten alle Israëlieten uit in luid gejuich, zodat de aarde ervan dreunde. De Filistijnen hoorden het lawaai en vroegen: ‘Wat klinkt daar voor gejuich uit het kamp van de Hebreeën?’ Toen ze vernamen dat de ark van de Heer in het legerkamp was aangekomen, werden ze bang en zeiden: ‘Hun God is naar het legerkamp gekomen. Het ziet er slecht voor ons uit, want zoiets is nooit eerder gebeurd. Het ziet er slecht voor ons uit! Wie redt ons uit de greep van die machtige God? Het is dezelfde God die in de woestijn de Egyptenaren met allerlei plagen heeft getroffen. ’ Verlies de moed niet, Filistijnen, laat zien wat je kunt! Anders worden wij slaven van de Hebreeën zoals zij het van ons zijn geweest. Laat dus zien wat je kunt. Ten aanval! De Filistijnen gingen tot de aanval over en de Israëlieten werden verslagen. Ieder vluchtte naar zijn eigen woonplaats. Het was een zware nederlaag voor Israël, waarbij dertigduizend man voetvolk omkwamen. De ark van God werd buitgemaakt en Chofni en Pinechas, de beide zonen van Eli, vonden de dood.

  • Donderdag 15 Januari : Psalmen 44(43),10-11.14-15.24-25.
    on 14 januari 2026 at 20:31

    Gij hebt ons afgestoten en beschaamt, en trekt niet meer uit met onze legers. Gij hebt ons laten vluchten voor de vijand, zij die ons haten plunderen ons uit. Nu worden wij gehoond door onze buren, de mensen om ons heen bespotten ons. Wij worden bij de heidenen besproken, de volkeren schudden over ons het hoofd. Sta op dan; waarom zoudt Gij slapen, o Heer! Ontwaak; blijf ons niet altijd verstoten! Waarom verbergt Gij uw gelaat voor ons? Ziet Gij ons leed en onze kwelling niet?

  • Donderdag 15 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 1,40-45.
    on 14 januari 2026 at 20:31

    In die tijd kwam een melaatse bij Jezus die op zijn knieën viel en Hem smeekte: 'Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.' Door medelijden bewogen stak Hij de hand uit en raakte hem aan en sprak tot hem: 'Ik wil, word rein.' Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd. Terwijl Hij hem wegstuurde, vermaande Hij op strenge toon: 'Zorg ervoor dat ge aan niemand iets zegt, maar ga u laten zien aan de priester en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven, om ze het bewijs te leveren.' Eenmaal vertrokken begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen en ruchtbaar­heid aan de zaak te geven, met het gevolg, dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen verbleef. Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.

  • Donderdag 15 Januari : H. Paschasius Radbertus
    on 14 januari 2026 at 20:31

    De Heer geneest iedere dag de ziel van een mens die Hem aanroept, Hem vroom aanbidt en met geloof deze woorden verkondigt: “Heer, als U wilt kunt U me rein maken”, hoeveel fouten iemand ook begaan heeft. “Want wie vanuit de grond van zijn hart gelooft, wordt rechtvaardig” (Rom 10,10). We moeten ons dus vol vertrouwen tot God richten met onze vragen, zonder enige twijfel in zijn macht te hebben. (...) Dat is de reden waarom de Heer meteen de melaatse, die Hem smeekt, antwoordt: “Ik wil het”. Want nauwelijks begint de zondaar nog maar te bidden met geloof, of de hand van de Heer begint met het verzorgen van de ziel van de melaatse. (...) Deze melaatse geeft ons een goed advies over de manier van bidden. Hij trekt de wil van de Heer niet in twijfel, alsof hij weigerde in zijn goedheid te geloven. Maar bewust van de ernst van zijn fouten, wil hij deze wil niet overschatten. Door te zeggen dat de Heer, als Hij het wil, hem kan reinigen, bevestigt hij de macht die de Heer toebehoort en tegelijkertijd bevestigt hij zijn geloof. (...) Als het geloof zwak is, moet ze eerst versterkt worden. Dan alleen zal zijn macht om de genezing van ziel en lichaam te krijgen, zich openbaren. De apostel Petrus spreekt ongetwijfeld over dat geloof als hij zegt: “Hij heeft hun harten gereinigd door het geloof” (Hand 15,9) . (...) Het zuivere geloof, geleefd in liefde, gehandhaafd door de volharding, geduldig in het wachten, nederig in de bevestiging, sterk in vertrouwen, vol respect in gebed en wijsheid waarmee het gevraagd wordt, hoort zeker onder alle omstandigheden dit woord van de Heer: “Ik wil het”.

  • Woensdag 14 Januari : Uit het 1e boek Samuël 3,1-10.19-20.
    on 14 januari 2026 at 20:31

    In die dagen diende de jonge Samuël de Heer, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de Heer en er braken geen visioenen door. Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd. Toen riep de Heer Samuël. ‘Ja,’ antwoordde Samuël. Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’ Toen Samuël weer lag te slapen, riep de Heer hem opnieuw. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.’ Samuël had de Heer nog niet leren kennen, want de Heer had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten. Opnieuw riep de Heer Samuël, voor de derde keer. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jongen riep. Hij zei tegen Samuël: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert.”’ Samuël legde zich weer te slapen, en de Heer kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuël! Samuël!’ En Samuël antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’ Samuël groeide op. De Heer stond hem bij en bracht alles in vervulling wat hij had voorzegd. Daardoor kwam iedereen in Israël, van Dan tot Berseba, tot de erkenning dat Samuël door de Heer als profeet was aangewezen.