Broeders en zusters, men hoort algemeen spreken van ontucht onder u, en wel van de soort die zelfs bij de heidenen niet voorkomt: dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader. En gij verheft u nog boven anderen? Waarom zijt gij niet in de rouw gegaan? Dan zou de man die zo iets heeft bedreven uit uw midden verwijderd zijn. Ik voor mij, hoewel lichamelijk afwezig, maar in de geest aanwezig, heb reeds, als was ik bij u, het vonnis geveld over hem die dat heeft durven doen. En het luidt: in de naam van de Heer Jezus moeten wij bijeenkomen, gij en ik in de geest, samen met de kracht van onze Heer Jezus, en die man uitleveren aan de satan, tot ondergang van zijn lichaam, maar tot redding van zijn geest op de dag des Heren. Uw zelfvoldaanheid staat u niet fraai. Ge weet toch dat een beetje zuurdeeg genoeg is om het hele deeg zuur te maken? Doet het oude zuurdeeg weg, om vers deeg te worden, ge moet immers zijn als ongezuurde paasbroden, want ook ons paaslam is geslacht: Christus zelf. Wij moeten ons feest niet vieren met het oude zuurdeeg, met het bederf van slechtheid en boosheid, maar met het zuivere brood van reinheid en waarheid.
Met aandrang wend ik mij, Heer, tot U Reeds vroeg in de morgen hoort Gij mijn stem, reeds vroeg mijn hoop en verlangen. Gij zijt toch geen God, die onrecht verdraagt, bij U kan geen booswicht vertoeven. Geen zondaar kan U in de ogen zien, Gij haat hen die onrecht bedrijven. Die leugentaal spreken vernietigt Gij, Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid. Maar zegent hen die zich wenden tot U en maakt hen voor altijd gelukkig. Wees Gij hun beschermer en schenk hun uw troost omdat zij uw Naam beminnen.
Het gebeurde op een andere sabbat, toen Jezus de synagoge binnenging om daar te onderrichten, dat er een man aanwezig was met een verschrompelde rechterhand. De schriftgeleerden en Farizeeën hielden Hem in het oog, of Hij op sabbat een genezing zou verrichten, om iets te vinden waarvan zij Hem zouden kunnen beschuldigen. Maar Hij wist wat ze dachten en zei tot de man met de verschrompelde hand: 'Sta op en kom in het midden.' De man stond op en trad naderbij. Daarop sprak Jezus tot hen: 'Ik vraag u of men op sabbat goed mag doen of kwaad, iemand redden of laten omkomen?' Toen liet Hij zijn blik rondgaan over hen allen en zei tot de man: 'Steek uw hand uit.' Hij deed het en zijn hand was weer gezond. Toen waren ze buiten zichzelf van woede en bespraken met elkaar wat ze tegen Jezus konden doen.
De hand die Adam uitgestoken heeft om de vruchten van de verboden boom te plukken, heeft de Heer doordrenkt met heilzaam sap van goede werken, opdat, uitgedroogd door de zonde, het genezen zou worden door goede werken. Voor die gelegenheid neemt Christus zijn vijanden apart, zij die door hun foute interpretaties de voorschriften van de Wet geweld aan doen; ze oordeelden dat men op de sabbatdag moest ontspannen, zelfs van goede werken, terwijl de Wet in het heden het aspect van de toekomst heeft voorafgebeeld, daar waar het helemaal zeker is dat het kwaad niet meer zal werken, dat geldt niet voor het goede (...). U hebt dus de woorden van de Heer gehoord: "Strek uw hand uit". Dat is het geneesmiddel voor allen. En u die denkt een gezonde hand te hebben, let op de gierigheid, let op dat de heiligschennis uw hand niet verlamt. Steek uw hand vaak uit: strek uw hand uit naar de arme die huilt, steek uw hand uit om uw naaste te helpen, om de weduwe hulp te bieden, om degene die aan een onverdiende woede onderworpen is, aan het onrecht te onttrekken; strek uw hand uit naar God voor uw zonden. Zo strekt men zijn hand uit; zo wordt uw hand genezen.
Zo spreekt de Heer: Mensenkind, Ik heb u als wachter over het volk van Israël aangesteld. Al wat ge van Mij verneemt moet ge hun in mijn naam meedelen. Als Ik tot de boosdoener zeg: 'Boosdoener, ge zult zeker sterven', en gij waarschuwt de boosdoener niet dat hij zich moet beteren, dan zal die boosdoener sterven vanwege zijn eigen schuld, maar van u eis Ik zijn bloed op. Maar als ge de boosdoener gewaarschuwd hebt dat hij zijn leven moet beteren en hij betert zijn leven niet, dan zal hij vanwege zijn eigen schuld sterven, maar gij blijft in leven.