Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Maandag 6 April : Uit de Handelingen der apostelen 2,14.22-33.
    on 6 april 2026 at 01:29

    Op Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot hen te richten: 'Gij allen, joodse mannen en bewoners van Jeruza­lem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Mannen van Israel, luistert naar deze woorden: Jezus de Nazoreeer was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht. Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de smarten van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechter­hand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervul­len voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsva­der David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelin­gen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijze­nis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en gij hoort.

  • Maandag 6 April : Psalmen 16(15),1-2a.5.7-8.9-10.11.
    on 6 april 2026 at 01:29

    Behoed mij, o God, tot U neem ik mijn toevlucht; Gij zijt mijn Heer ik erken het. De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot voor in zijn hand. Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft, Hij spreekt ook des nachts tot mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer ik val niet, want Hij staat naast mij. Daarom ben ik vrolijk en blij van geest daarom kan ik rustig gaan slapen. Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over Gij levert mij niet uit aan het graf Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mij vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde.

  • Maandag 6 April : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 28,8-15.
    on 6 april 2026 at 01:29

    In die tijd gingen de vrouwen terstond weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zeide: 'Weest gegroet.' Zij traden op Hem toe, omklemde zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen: 'Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de boodschap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.' Terwijl de vrouwen onder­weg waren, gingen enkelen van de bewakers naar de stad en berichtten aan de hogepriesters alles wat er was voorgeval­len. Dezen hielden een bijeenkomst met de oudsten en na overleg gaven ze aan de soldaten een flinke som geld, met de opdracht: 'Zegt maar: Zijn leerlin­gen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen. En mocht dit soms de landvoogd ter ore komen, dan zullen wij hem wel kalmeren en er voor zorgen dat gij geen last krijgt.' Zij namen het geld aan en deden zoals hun voorgezegd was. Dit verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.

  • Maandag 6 April : H. Petrus Chrysologus
    on 6 april 2026 at 01:29

          De engel zei tegen de vrouwen: “Ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je Hem zien” (Mt 28,7). De engel richtte zich door dat te zeggen niet tot Maria Magdalena en de andere Maria, maar via deze twee vrouwen wordt de Kerk door Hem op missie gestuurd, de engel stuurt de Bruid naar de Bruidegom.       Als ze weg gaan, komt de Heer hun tegemoet en groet hen met deze woorden: “Ik groet u, verheug u” (Grieks)... Hij had tegen zijn leerlingen gezegd: “Groet niemand onderweg” (Lc 10,4); waarom snelt Hij dan nu de vrouwen tegemoet en groet Hij hen zo hartelijk? Hij verwacht niet herkend te worden, Hij probeert niet geïdentificeerd te worden, Hij laat zich niet ondervragen, maar Hij haast zich vol vuur naar deze ontmoeting... Dat doet de kracht van de liefde; ze is sterker dan alles, ze gaat alles te boven. Door de Kerk te groeten, groet Christus zichzelf, want Hij heeft haar de zijne gemaakt, zij is zijn vlees geworden, zij is zijn lichaam geworden, zoals de apostel Paulus getuigt: “Hij is het hoofd van het lichaam, de Kerk” (Kol 1,18). Ja, deze twee vrouwen personifiëren de Kerk in haar volheid...       Hij ziet dat deze twee vrouwen al tot volwassenheid van geloof zijn gekomen: ze hebben hun zwakheid overwonnen en ze haasten zich naar het mysterie, ze zoeken de Heer met alle ijver van hun geloof. Daarom verdienen ze het dat Hij zich aan hen geeft, als Hij hen tegemoet gaat en hun zegt: “Ik groet u, verheug u”. Hij laat Zich door hen niet alleen aanraken, maar zich grijpen in de mate van hun liefde... Deze twee vrouwen zijn in de Kerk het voorbeeld van de boodschappers van het Goede Nieuws.

  • Zondag 5 April : Uit de Handelingen der apostelen 10,34a.37-43.
    on 6 april 2026 at 01:29

    In die tijd nam Petrus het woord en sprak: U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep, Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij. Wij zijn de getuigen van alles wat hij gedaan heeft, in het land van de Joden en ook in Jeruzalem. Zeker, ze hebben hem gedood door hem aan een kruishout te hangen, maar God heeft hem op de derde dag weer tot leven gewekt en hem aan de mensen laten verschijnen, niet aan het hele volk, maar aan enkele getuigen die daartoe door God waren aangewezen, aan ons namelijk, die samen met hem gegeten en gedronken hebben nadat hij uit de dood was opgestaan. Hij heeft ons opgedragen daarvan getuigenis af te leggen en aan het volk bekend te maken dat hij het is die door God is aangesteld als rechter over de levenden en de doden. Van hem getuigen alle profeten dat iedereen die in hem gelooft door zijn naam vergeving van zonden krijgt.’