Broeders en zusters, de Schrift heeft alles opgesloten in de macht der zonde, zodat de belofte gegeven wordt aan hen die geloven, en wel op grond van het geloof in Jezus Christus. Voordat het geloof kwam, stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. Want gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. De doop heeft u allen met Christus verenigd, gij hebt Hem aangetrokken als een kleed. Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus. Maar als gij bij Christus hoort, dan zijt ge ook Abraham, nageslacht, erfgenamen krachtens de belofte.
Bezingt de Heer en tokkelt de snaren voor Hem, verhaalt al zijn wondere werken. Gaat groot op de heilige Naam van de Heer, verheugt u, gij die Hem aanhangt. Verlaat u op Hem, op zijn machtige arm, blijft altijd zijn Aanschijn zoeken. Vergeet nooit de wonderen die Hij deed, zijn tekenen en zijn beloften. Gij, kroost van zijn dienaar Abraham, gij zonen van Jakob, zijn welbeminde. De Heer, Hij is onze enige God, wat Hij beslist geldt voor heel de aarde.
In die tijd was Jezus aan het spreken. Toen verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: 'Gelukkig de schoot die U gedragen heeft en de borsten die U hebben gevoed.' Maar Hij sprak: 'Veeleer gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden.'
God wil zich in zijn werken altijd bedienen van instrumenten… God, die ons de vrije wil heeft gegeven, wil dat wij Hem in vrijheid dienen in de hoedanigheid van instrumenten, door de overeenkomst van onze wil met de Zijne, net zoals de heilige Moeder toen ze zei: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar uw woord”. Het woord “Uw wil geschiedde” moet altijd op onze lippen weerklinken, want tussen de wil van de onbevlekte en de onze moet een volmaakte harmonie bestaan. Wat kun je dan het beste doen? Laten we ons leiden door Maria, dan hebben we niets te vrezen.
Broeders en zusters, ge ziet het: de mensen van geloof, dat zijn de kinderen van Abraham. En daar de Schrift voorzag, dat God de heidenvolken zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend. De mensen van geloof worden dus gezegend, samen met Abraham, de gelovige. Maar de mensen van de wetswerken liggen onder een vloek. Er staat immers geschreven: Vervloekt is ieder die zich niet metterdaad houdt aan alle voorschriften in het boek der wet, Trouwens, dat niemand door een wet bij God gerechtvaardigd wordt, is evident, want: Hij die door het geloof gerechtvaardigd is zal leven. Welnu, de wet heeft niet met geloven te maken, maar: Hij die deze dingen doet zal daardoor tot het leven komen. Christus heeft ons bevrijd van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt alwie hangt aan het hout, ‑ opdat in Jezus Christus de zegen van Abraham zou komen over de heidenvolken, opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door middel van het geloof.