Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Vrijdag 2 Januari : Uit de 1e brief van de apostel Johannes 2,22-28.
    on 2 januari 2026 at 09:38

    Vrienden, wie ontkent dat Jezus de Verlosser is, is dat niet de leugenaar? Dat is de ‘antichrist’: de loochenaar van de Vader èn van de Zoon. Wie Christus loochent kan God niet vinden: wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader. Wat u betreft, zorgt er voor dat in u levend blijft wat gij vanaf het begin gehoord hebt; dan zult gij zelf blijven in de Zoon en ook in de Vader. En gij kent de belofte, die Hij ons zelf gedaan heeft: de belofte van eeuwig leven. Dit met het oog op hen, die u willen misleiden. Wat uzelf aangaat, de inwijding die gij van Hem ontvangen hebt, blijft u bij, gij hebt geen andere leraar nodig. Zijn wijding onderricht u in alles; ze is waarachtig en zonder bedrog. Blijft in Hem, zoals zij het leert. En nu kinderen, blijft in Hem. Dan zijn wij vol vertrouwen als Hij zal verschijnen, en hoeven wij bij zijn komst niet beschaamd te zijn.

  • Vrijdag 2 Januari : Psalmen 98(97),1.2-3ab.3cd-4.
    on 2 januari 2026 at 09:38

    Zingt voor de Heer een nieuw gezang, omdat Hij wonderen deed. Zijn hand deed zich krachtig gelden, de macht van zijn heilige arm. Zijn weldaden deed Hij ons kennen, de volkeren zijn gerechtigheid. Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw, ten gunste van Israëls huis. Geheel de aarde aanschouwde, wat onze God voor ons deed. Verheerlijkt de Heer, alle landen, weest blij, verheugt u en zingt.

  • Vrijdag 2 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 1,19-28.
    on 2 januari 2026 at 09:38

    Dit is het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en levieten naar hem toezonden om hem te vragen: 'Wie zijt gij?' Daarop verklaarde hij zonder enig voorbehoud en met grote stelligheid: 'Ik ben de Messias niet.' Zij vroegen hem: 'Wat dan? Zijt gij Elia?' Hij zei: 'Dat ben ik niet.' 'Zijt gij de profeet?' Hij antwoordde: 'Neen.' Toen zeiden zij hem: 'Wie zijt gij dan?' Wij moeten toch een antwoord geven aan degenen die ons gestuurd hebben. Wat zegt gij over uzelf?' Hij sprak: 'Ik ben, zoals de profeet Jesaja het uitdrukt, de stem van iemand die roept in de woestijn: Maakt de weg recht voor de Heer!' De afgezanten waren uit de kring van de Farizeeën. Zij vroegen hem: 'Wat doopt gij dan, als gij de Messias niet zijt, noch Elia, noch de profeet?' Johannes antwoordde hun: 'Ik doop met water, maar onder u staat Hij die gij niet kent, Hij die na mijn komt; ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken.' Dit gebeurde te Betanie, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes aan het dopen was.

  • Vrijdag 2 Januari : Simeon de Nieuwe Theoloog
    on 2 januari 2026 at 09:38

    Het licht leidt ons bij de hand, het sterkt ons, het onderwijst ons, en het toont zich en trekt zich terug wanneer wij het nodig hebben. Het is niet wanneer wij het willen – dit behoort de volmaakten toe – maar wanneer wij in verlegenheid zijn en helemaal uitgeput, dat het ons te hulp komt. Het verschijnt in de verte en laat mij haar in mijn hart voelen. Ik roep bijna tot verstikking omdat ik haar zo graag wil grijpen, maar alles is nacht, en mijn arme handen blijven leeg. Ik vergeet alles, ik ga zitten en ik huil, wanhopend dat ik haar ooit nog eens op deze manier zal zien. Wanneer ik goed heb geweend en ermee heb ingestemd om tot rust te komen, dan komt zij, op mysterieuze wijze, en neemt mijn hoofd in haar handen; ik smelt in tranen zonder te weten wie daar is, die mijn geest verlicht met een zacht licht. Maar zodra ik haar herken, vliegt zij haastig weg en laat in mij het vuur van haar goddelijke verlangen achter. Langzaam begint dit vuur te branden en, aangewakkerd door het verlangen, wordt het een grote vlam die de hemel bereikt, maar die weer dooft door verslapping, de verwarring van bezigheden en de zorgen van het leven.

  • Donderdag 1 Januari : Lezing uit het boek Numeri 6,22-27.
    on 2 januari 2026 at 09:38

    De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen: "Moge de Heer u zegenen en u beschermen, moge de Heer het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de Heer u zijn gelaat toewenden en u vrede geven". Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal ik de Israëlieten zegenen.’