Zo spreekt de Heer: 'Mijn ontrouwe bruid, weldra lok Ik haar weer naar Mij toe, zorg Ik dat zij naar de woestijn gaat en spreek Ik tot haar hart. Vervolgens geef Ik haar dan de wijngaarden terug en maak Ik het Achordal tot een poort van hoop. Daar wordt zij weer gewillig, zoals in de dagen van haar jeugd, toen zij optrok uit Egypte. Op die dag ‑ zo luidt de godsspraak van de Heer‑ zult gij tot Mij roepen: 'Mijn man!' Nooit roept gij Mij dan meer toe: 'Mijn Baäl!' Ik neem u als mijn bruid, voor altijd, als mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in goedheid en erbarming, als mijn bruid, in onverbrekelijke trouw: dan zult gij de Heer leren kennen.
U wil ik prijzen iedere dag uw Naam verheerlijken voor altijd en eeuwig. De Heer is groot en alle lof waardig zijn grootheid is niet te doorgronden! Uw daden verhaalt geslacht aan geslacht uw macht wordt alom verkondigt. Men spreekt van uw luister en Majesteit verpsreidt de faam van uw wonderdaden. Uw huiveringwekkende macht wordt vermeld, uw grootheid door ieder geprezen. Zij zingen de lof van uw grote mildheid en juichen om uw rechtvaardigheid. De Heer is vol liefde en medelijden lankmoedig en zeer goedgunstig De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte.
Terwijl Jezus eens tot de menigte sprak, kwam er een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer en zei: 'Mijn dochter is zo juist gestorven: maar kom haar de hand opleggen, dan zal zij weer levend worden.' Jezus stond op en ging met hem mee, vergezeld van zijn leerlingen. Plotseling naderde Hem van achteren een vrouw die al twaalf jaar lang aan vloeiingen leed, en raakte de zoom van zijn mantel aan. Want ze zei bij zichzelf: 'Als ik alleen maar zijn mantel kan aanraken, zal ik al genezen zijn.' Maar Jezus keerde zich om, en toen Hij haar zag sprak Hij: 'Heb goede moed, dochter, uw geloof heeft u genezen.' En vanaf dat ogenblik was de vrouw gezond. Toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar makende volk zag, sprak Hij: 'Gaat heen, want het meisje is niet gestorven maar slaapt.' Doch ze lachten Hem uit. Toen al dat volk buitengezet was, trad Hij naderbij, greep haar hand en het meisje stond op. Het verhaal hiervan deed de ronde door heel die streek.
Ik ben een vaste en betrouwbare zuil, [zegt de Heer tegen de heilige Hildegard in een visioen], en Ik verlaat nooit degene die Mij zoekt. Wie zich met vertrouwen aan Mij vasthoudt en zich dicht tegen Mij aandrukt, zal nooit verloren gaan. Maar wie Mij uit zijn ziel verdringt en zichzelf boven Mij verheft, wie meer op zichzelf vertrouwt dan op Mij en weinig acht slaat op Gods genade, die ervaart Mij als een stormwind in zijn ziel. Want hij veracht Mij en bespot Mij in zijn hoogmoed. In zijn wanhoop, niet zozeer vanwege de ernst van zijn zonden, maar vanwege zijn trots, zegt hij: “Wat betekent Gods genade eigenlijk?” Zo iemand sluit zich af voor Mij en voor het geluk van het eeuwige leven. Ook degenen die niet geloven dat zij kunnen opstaan uit hun zonden en die Gods barmhartigheid afwijzen, vervallen in moedeloosheid. Zij denken dat hun fouten te groot zijn om vergeven te worden en raken verstrikt in wanhoop. Maar mijn geliefde kinderen, die Mij ontvangen met een open hart, een goede wil en een helder inzicht, die Mij zoeken met hun tranen en verzuchtingen en Mij met vreugde omarmen, zijn als bloemen. Zodra zij mijn nabijheid voelen, verheugen zij zich in Mij, en Ik verheug Mij in hen. Hen wil Ik steeds verder vormen en zuiveren, totdat zij een eervolle en glorieuze plaats ontvangen in het hemelse Jeruzalem. Soms laat Ik hen een tijdlang zonder troost, opdat hun uiterlijke mens niet door hoogmoed wordt opgeblazen. Zo wordt hun geloof beproefd en versterkt.
Zo spreekt de Heer: 'Jubel luid, gij dochter Sion, juich, gij dochter Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin. Ik vaag de strijdwagens weg uit Efraïm, de paarden uit Jeruzalem; de strijdboog wordt gebroken. Dan kondigt hij vrede af onder de volken, dan gaat zijn heerschappij van zee tot zee, van de Rivier tot de grenzen der aarde.