De menigte die het geloof had aangenomen, was één van hart en één van ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel zij bezaten alles gemeenschappelijk. Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen. Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of huizen bezaten, deze verkochten en de opbrengst ervan meebrachten om aan de voeten van de apostelen neer te leggen. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte. Zo bezat Jozef, een leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas ‑ dit betekent: zoon van vertroosting ‑ had gekregen, een akker die hij verkocht en waarvan hij het geld meebracht om het aan de voeten van de apostelen neer te leggen.
De Heer is koning, met luister omkleed, met macht heeft de Heer zich omgord. Zo vast als de aarde, onwankelbaar, zo vast staat uw troon door de eeuwen, van eeuwigheid, God, zijt Gij! Betrouwbaar is alles wat Gij betuigt, uw huis zij heilig in lengte van dagen.
In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: gij moet opnieuw geboren worden. De wind blaast waarheen hij wil; gij hoort wel zijn gesuis, maar weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met ieder die geboren is uit de Geest.' Nikodemus gaf Hem ten antwoord: 'Hoe kan dat geschieden?' Daarop zei Jezus weer: 'Gij zijt een leraar van Israël en weet dat niet eens? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken over wat Wij weten en Wij getuigen van wat Wij gezien hebben, maar onze getuigenis aanvaardt gij niet. Wanneer ge zelfs niet gelooft als Ik u spreek over aardse dingen, hoe zult gij dan geloven, als Ik spreek over hemelse dingen? Nooit is er iemand naar de hemel geklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.
Naar de Geest keren zich allen die heiliging nodig hebben; naar Hem richt zich het verlangen van allen die volgens de deugd leven en als het ware “verfrist” worden door zijn adem, ondersteund in het nastreven van het doel dat overeenstemt met hun natuur. (…) Zich reinigen van de lelijkheid die door de ondeugden is ontstaan, terugkeren tot de schoonheid van zijn oorspronkelijke natuur, en als het ware het koninklijke beeld door zuiverheid zijn oorspronkelijke vorm teruggeven — dat is de enige manier om de Heilige Geest te naderen. En Hij, zoals de zon bezit neemt van een zeer zuiver oog, zal u in Zichzelf het Beeld van de Onzichtbare tonen; in de gelukzalige aanschouwing van het Beeld zult u de onuitsprekelijke schoonheid van het Oerbeeld zien. Door Hem verheffen zich de harten, worden de zwakken bij de hand genomen en worden zij die vooruitgaan tot volmaaktheid gebracht. Hij is het die hen verlicht die van alle smet gereinigd zijn en hen door gemeenschap met Hem “geestelijk” maakt. Zoals heldere en doorschijnende lichamen gaan stralen wanneer een lichtstraal hen treft en zelf weer een nieuwe glans verspreiden, zo worden ook de zielen die de Geest dragen, verlicht door de Geest, ten volle “geestelijk” en verspreiden zij genade over anderen.
In die dagen gingen Petrus en Johannes na hun vrijlating naar hun eigen mensen en brachten verslag uit over alles wat de hogepriesters en oudsten tot hen gezegd hadden. Toen zij dit hoorden, verhieven zij eensgezind hun stem tot God en baden: Heer, Gij zijt het, die hemel en aarde, de zee en alles wat daarin is, gemaakt hebt, die door de heilige Geest bij monde van David, uw dienaar, gezegd hebt: Waarom tieren de volken en zinnen de naties op ijdele plannen? De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de Heer en tegen de Gezalfde. Inderdaad, ze hebben in deze stad samengespannen tegen uw heilige dienaar Jezus, die Gij gezalfd hebt: zowel Herodes als Pontius Pilatus, tezamen met de heidenen en de stammen van Israel, om alles te doen wat uw hand en raadsbesluit tevoren bepaald had dat geschieden moest. Maar nu, Heer, schenk aandacht aan hun bedreigingen en geef uw dienaren dat zij in alle vrijmoedigheid uw woord mogen verkondigen, en laat door het uitstrekken van uw hand genezingen en wondertekenen geschieden door de naam van uw heilige dienaar Jezus.' Na hun gebed beefde de plaats waar ze bijeen waren. Allen werden vervuld van de heilige Geest en verkondigden vrijmoedig het woord Gods.