Broeders en zusters, het einde van alle dingen is nabij. Weest dus bezonnen en nuchter opdat gij kunt bidden. Beoefent vooral de onderlinge liefde met volharding, want de liefde bedekt tal van zonden. Betoont elkander gastvrijheid zonder morren. Dient elkaar, als goede beheerders van Gods veelsoortige genade, met de gaven, zoals ieder die heeft ontvangen: wie spreekt, moet beseffen dat hij Gods woorden spreekt; wie een dienst verricht, wete dat God het is die hem kracht verleent. Dan zal God in alles worden verheerlijkt door Jezus Christus, aan wie de heerlijkheid is en de macht in de eeuwen der eeuwen. Amen. Dierbare vrienden, verwondert u niet over de brand die in uw midden woedt om u te louteren, alsof u iets ongewoons overkomt. Verheug u veeleer, juist in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus; dan zult gij juichen van blijdschap, wanneer zijn heerlijkheid zich openbaart.
Zegt tot elkander: de Heer regeert. Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen, de volken bestuurt Hij met billijkheid. Dan straalt de hemel en jubelt de aarde, de zee neuriet mee met al wat daar leeft; De velden zwaaien met al hun gewassen, de woudreuzen buigen hun kruin. Zij juichen de Heer toe omdat Hij komt, Hij komt als koning der aarde. Rechtvaardig zal Hij de wereld regeren, de volkeren eerlijk en trouw.
In die tijd trok Jezus Jeruzalem binnen, de tempel in. Nadat Hij er alles in ogenschouw had genomen, keerde Hij, omdat het al laat was, met de twaalf naar Betanië terug. Toen zij de volgende dag Betanië verlaten hadden, kreeg Hij honger. Hij zag in de verte een vijgeboom in blad staan en ging kijken of Hij er misschien iets aan kon vinden; maar bij de boom gekomen vond Hij niets dan blaren; het was trouwens niet de tijd van de vijgen. Daarom richtte Hij zich tot de boom en zei: 'Niemand zal in eeuwigheid nog vruchten van je eten!' Zijn leerlingen hoorden dat. Toen ze in Jeruzalem kwamen, ging Hij naar de tempel en begon de kopers en verkopers het tempelplein af te jagen. Hij wierp de tafels van de geldwisselaars en de stoeltjes van de duiven verkopers omver en ook duldde Hij niet dat nog iemand enig voorwerp over het tempelplein droeg. En Hij gaf hun als verklaring: 'Staat er niet geschreven: Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd voor alle volkeren? Maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.' De hogepriesters en schriftgeleerden die dat gehoord hadden, zochten een mogelijkheid om Hem ter dood te brengen. Ze vreesden Hem namelijk, omdat heel het volk verrukt was over zijn leer. In de avond verlieten zij de stad weer. 's Morgens kwamen zij langs de vijgeboom en zagen dat hij tot op de wortel verdord was. Petrus dacht weer terug aan het gebeurde en zei: 'Meester, kijk!' De vijgeboom die Gij vervloekt hebt, is verdord.' Jezus antwoordde hun: 'Hebt geloof in God. Voorwaar, Ik zeg u: Als iemand tot deze berg zegt: Hef u op en stort u in de zee, en als hij in zijn hart niet twijfelt, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, voor hem zal het werkelijkheid worden. Daarom zeg Ik u: Alles wat ge in het gebed vraagt, gelooft dat ge het al verkregen hebt, en ge zult het verkrijgen. Hebt ge iets tegen iemand, terwijl ge staat te bidden, vergeeft het dan, opdat ook uw Vader in de hemel u uw tekortkomingen moge vergeven.'
"Jezus ging de tempel binnen en begon de kopers en de verkopers er uit te jagen." Sommigen zullen zich verbazen over de wederopstanding van Lazarus, ze zijn stomverbaasd dat de zoon van een weduwe weer tot leven gebracht is, anderen worden geraakt door weer andere wonderen. Het staat buiten kijf dat het wonderlijk is om het leven te geven aan een dood lichaam. Wat mij betreft, ben ik nog meer geraakt door de huidige gebeurtenis. Deze man, een zoon van een timmerman, een dakloze, die geen plek heeft om te rusten, die zonder wapens is, die noch baas noch rechter was – welke macht stond Hem toe om ... zo'n grote menigte weg te jagen, terwijl Hij alleen was? Niemand protesteerde, niemand probeerde verzet te plegen, want niemand durft zich tegen de Zoon op te stellen, die een ongerechtigheid die zijn Vader aangedaan wordt, te herstellen... "Hij begon de kopers en de verkopers er uit te jagen." Als dat bij de Joden nodig was, waarom zou dat bij ons niet meer nodig zijn? Als dat in het kader van de Wet gebeurt, is het dan niet zelfs nog meer nodig in het kader van het Evangelie? ... Christus, een arme, verjaagt de kopers en verkopers, die rijk zijn. Degene die verkoopt, wordt hetzelfde behandeld als degene die koopt. Dat niemand zal zeggen: "Ik geef alles wat ik bezit, ik geef offers aan de priesters, zoals God dat bevolen heeft". In een passage van Matteüs lezen we dit: "Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!" (Mt 10,8). De genade van God laat zich niet verkopen, ze geeft zichzelf.
Broeders en zusters, weest als pasgeboren kinderen begerig naar de geestelijke, onvervalste melk, die u wasdom zal schenken ter zaligheid. Gij hebt immers al geproefd van de zoetheid des Heren. Treedt toe tot Hem, de levende steen, door de mensen verworpen maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht: gij, vroeger geen volk, nu Gods volk; vroeger van genade verstoken, nu begenadigd. Dierbare vrienden, ik vraag u als vreemdelingen en ballingen u te onthouden van zondige lusten die strijd voeren tegen de ziel. Leidt onder de heidenen een voorbeeldig leven; dan zullen zij die u nu als boosdoeners belasteren, bij nader toezien God om uw goede daden verheerlijken, op de dag dat Hij komt rechtspreken.