Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 25 April : Uit de 1e brief van de heilige apostel Petrus 5,5b-14.
    on 25 april 2026 at 12:40

    Dierbaren, allen moeten zich in de omgang met elkaar laten leiden door nederigheid, want God weerstaat de hovaardi­gen, maar aan de nederigen geeft Hij gena­de. Houdt u dan klein onder de sterke hand van God: Hij zal u te zijner tijd omhoogheffen. Schuift al uw zorgen op Hem af, want Hij heeft zorg voor u. Weest nuchter, wordt wakker! Uw vijand de duivel zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi om te verslin­den. Weerstaat hem, sterk door het geloof. Ge weet dat soortge­lijk lijden het deel is van uw broeders over heel de wereld. De God van alle genade, die u in Christus tot zijn eeuwige heerlijkheid heeft geroepen, Hijzelf zal u na een korte tijd van lijden herstellen en bevestigen en stevig zetten op hechte grondslagen. Hem is de kracht in eeuwigheid. Amen. Ik beschouw Silvanus als een betrouwbaar medebroe­der; met zijn hulp heb ik u dit kort woord van bemoediging geschreven. Het is mijn vaste overtuiging dat dit de ware genade van God is: houdt daarin stand! U groet de zustergemeente in Babylon, evenals mijn zoon Marcus. Groet elkaar met de kus van de liefde. Vrede voor allen die in Christus zijt!

  • Zaterdag 25 April : Psalmen 89(88),2-3.6-7.16-17.
    on 25 april 2026 at 12:40

    Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen, uw trouw verkondigen aan elk geslacht. Gij hebt gezegd; mijn gunst blijft eeuwig duren, de hemel is de grondslag van mijn trouw. De hemel prijst uw grote daden Heer, De bovenaardse machten uw getrouwheid. Want wie in den hoge aan de Heer gelijk? Wie is als Hij onder de godenzonen? Gelukkig is het volk, dat weet wat blijdschap is omdat het leeft, Heer in het licht van uw gelaat. Van dag tot dag vertrouwt het op uw Naam, vindt het zijn kracht in uw gerechtigheid.

  • Zaterdag 25 April : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 16,15-20.
    on 25 april 2026 at 12:40

    In die tijd, toen Jezus aan de elf verscheen, sprak Hij tot hen: 'Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en gedoopt is, zal gered worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden. En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: in mijn Naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen; zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen, zullen deze genezen zijn.' Nadat de Heer Jezus aldus tot hen gesproken had, werd Hij ten hemel opgenomen en zit aan de rechterhand van God. Maar zij trokken uit om overal te prediken, en de Heer werkte met hen mee en schonk kracht aan hun woord door de tekenen die het vergezel­den.

  • Zaterdag 25 April : H. Bruno van Segni
    on 25 april 2026 at 12:40

          De Heer zei tegen de elf leerlingen: "Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen". In de eerste Kerk werden alle tekenen die de Heer hier opnoemt, letterlijk vervuld, niet alleen door de apostelen, maar ook door andere heiligen. De heidenen zouden hun afgoderij niet hebben gelaten, als de prediking van het Evangelie geen bevestiging vond in zoveel tekenen en wonderen. Verkondigden de leerlingen van Christus immers niet "een gekruisigde Christus, schandaal voor de Joden en dwaasheid voor de heidenen", volgens de uitdrukking van Paulus? (1 Kor 1,23)...       Voor ons zijn voortaan geen wonderen en tekenen meer nodig: het is voor ons genoeg om erover te lezen of te luisteren naar de verhalen, die plaatsgevonden hebben. Want wij geloven in het Evangelie, wij geloven in de Schrift die erover vertelt. En ook gebeuren er nog elke dag tekenen; en als men goed oplet, dan zal men zien dat ze een nog grotere waarde hebben dan de materiële wonderen van vroeger.       Iedere dag dienen priesters de doop toe en roepen op tot bekering: is dat geen uitdrijven van demonen? Iedere dag spreken ze nieuwe woorden, als ze de heilige Schrift uitleggen door de oude letter te vervangen door een nieuwe geestelijke betekenis. Ze laten de slangen vluchten als ze de harten van de zondaars vrijmaken van hun gehechtheden en ondeugden door een zachte uitdrijving...; ze genezen zieken, als ze de zieke zielen door hun gebeden weer met God verzoenen. Zo waren de tekenen die de Heer aan zijn heiligen heeft beloofd: zo verwerkelijken ze zich vandaag de dag nog steeds.

  • Vrijdag 24 April : Uit de Handelingen der apostelen 9,1-20.
    on 25 april 2026 at 12:40

    In die dagen ging Saulus, die in ziedende woede de leerlingen van de Heer met de dood bedreigde, naar de hogepriester aan wie hij brieven vroeg voor de synago­gen in Damascus, om alle aanhangers van de Weg die hij zou vinden, mannen zowel als vrouwen, gevangen naar Jeruzalem te mogen voeren. Toen hij op zijn tocht Damascus naderde, omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel. Hij viel ter aarde en hoorde een stem die hem zei: 'Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?' Hij sprak: 'Wie zijt gij, Heer?' Hij antwoordde: 'Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad in; daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.' Zijn reisge­zellen stonden sprakeloos, want zij hoorden wel de stem, maar zagen niemand. Saulus stond van de grond op, maar hoewel zijn ogen open waren, zag hij niets. Zij namen hem dus bij de hand en brachten hem Damascus binnen. Drie dagen lang kon hij niet zien en at of dronk niet. Nu woonde er in Damascus een leerling die Ananias heette, en tot hem sprak de Heer in een visioen: 'Ananias.' Hij antwoordde: 'Hier ben ik, Heer.' De Heer vervolgde: 'Begeef u naar de Rechte Straat en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus; hij is juist in gebed. ‑ Deze zag reeds in een visioen een man, Ananias, binnenko­men en hem de handen opleggen, opdat hij weer zo u zien. ‑ Maar Ananias wierp tegen: 'Heer, ik heb van velen gehoord hoeveel kwaad die man uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Ook hier heeft hij van de hogepriester volmacht om allen die uw Naam aanroepen in boeien te slaan.' De Heer beval hem: 'Ga, want die man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen en onder de zonen van Israel. Ik zal hem laten zien, hoeveel hij om mijn Naam moet lijden.' Toen begaf Ananias zich naar het huis, trad binnen en legde hem de handen op met de woorden: 'Saul, broeder, de Heer heeft mij gezon­den, Jezus die u op de weg hierheen verschenen is, opdat ge weer zien moogt en vervuld worden van de heilige Geest.' Op hetzelfde ogenblik vielen hem als het ware de schellen van de ogen. Hij zag weer en terstond liet hij zich dopen. Hij nam voedsel tot zich en kwam weer op krachten. Enige tijd bleef hij bij de leerlingen in Damascus. Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei: 'Deze is de Zoon Gods.'