Zo spreekt de Heer: Mensenkind, Ik heb u als wachter over het volk van Israël aangesteld. Al wat ge van Mij verneemt moet ge hun in mijn naam meedelen. Als Ik tot de boosdoener zeg: 'Boosdoener, ge zult zeker sterven', en gij waarschuwt de boosdoener niet dat hij zich moet beteren, dan zal die boosdoener sterven vanwege zijn eigen schuld, maar van u eis Ik zijn bloed op. Maar als ge de boosdoener gewaarschuwd hebt dat hij zijn leven moet beteren en hij betert zijn leven niet, dan zal hij vanwege zijn eigen schuld sterven, maar gij blijft in leven.
Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten, juichen wij toe de Rots van ons heil. Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang, Hem met liederen eren. Komt, laat ons aanbiddend ter aarde vallen, neerknielen voor Hem die ons schiep. Hij is onze God en wij zijn volk, Hij is de herder en wij zijn kudde. weest niet halsstarrig als eens in Meriba, zoals in Massa in de woestijn; Waar uw vaderen Mij wilden tarten ofschoon zij mijn daden hadden gezien.
Broeders en zusters, zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt. Uw enige schuld blijve de onderlinge liefde. Wie zijn naaste bemint, heeft de wet vervuld. Want de geboden: gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren, en alle andere kan men samenvatten in dit ene woord: Bemin uw naaste als uzelf. De liefde berokkent de naaste geen enkel kwaad. Liefde vervult de gehele wet.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht. Luistert hij naar u, dan hebt gij uw broeder gewonnen. Maar luistert hij niet, haal er dan nog een of twee personen bij, opdat alles beruste op de verklaring van twee of drie getuigen. Als hij naar hen niet wil luisteren, leg het dan voor aan de Kerk. Wil hij ook naar de Kerk niet luisteren, beschouw hem dan als een heiden of tollenaar. Voorwaar, Ik zeg u: wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn. Eveneens zeg ik u: wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen ‑ het moge zijn van het wil ‑ zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is. Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.'
Wie geheel alleen in de woestijn de eredienst viert, is een grote gemeenschap. Wanneer twee verenigd zijn om de mis te vieren tussen de rotsen, dan zijn daar duizenden, ontelbaren, aanwezig. Wanneer drie verzameld zijn, dan is er nog een vierde onder hen. Wanneer het er zes of zeven zijn, dan zijn twaalfduizend duizenden verzameld. Wanneer zij zich in een rij opstellen, dan vullen zij het hemelfirmament met gebed. Worden zij op de rots gekruisigd en gemarkeerd met een lichtkruis, dan wordt de kerk gegrondvest. Zijn zij verzameld, dan zweeft de Heilige Geest boven hun hoofden. En wanneer zij hun gebed beëindigen, dan staat de Heer op en dient zijn dienaren.