Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 23 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 28,16-20.30-31.
    on 23 mei 2026 at 17:06

    Na aankomst in Rome kreeg Paulus verlof op zichzelf te wonen met de soldaat die hem bewaakte. Drie dagen later ontbood hij de voornaamste Joden bij zich. Toen zij bijeengekomen waren, zei hij tot hen: 'Mannen broeders, ofschoon ik niets gedaan heb tegen ons volk of de voorva­derlijke gebruiken, ben ik vanuit Jeruza­lem als gevangene uitgeleverd aan de Romeinen. Dezen wilden mij na verhoor in vrijheid stellen, omdat ik niets had bedreven waarop de doodstraf stond. Maar omdat de Joden zich hiertegen verzetten, zag ik me gedwongen mij op de keizer te beroepen, dit echter niet als had ik enige klacht in te brengen tegen mijn volk. Dat is dus de reden, waarom ik verzocht u te mogen zien en u toe te spreken. Het is om de verwachting van Israel, dat ik deze ketenen draag.' en ontving allen die bij hem kwamen. Hij predikte het Rijk Gods en gaf onderricht in de leer over de Heer Jezus Christus in alle vrijmoedigheid, zonder enige belemmering.

  • Zaterdag 23 Mei : Psalmen 11(10),4.5.7.
    on 23 mei 2026 at 17:06

    De Heer in zijn heilige tempel, De Heer troont in de hemel. Zijn ogen zien op ons neer, zijn blikken doorvorsen de kinderen der mensen. Goede en slechte doorziet Hij Hij haat wie het onrecht bemint. Want God is rechtvaardig, het recht is Hem lief, gerechten zullen Hem zien.

  • Zaterdag 23 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 21,20-25.
    on 23 mei 2026 at 17:06

    In die tijd, toen Petrus zich omkeerde, zag hij, dat de leerling van wie Jezus veel hield, hen volgde; dezelfde die ook bij de maaltijd tegen Jezus' borst had geleund en gezegd: 'Heer, wie is het die U zal overleve­ren.' Toen Petrus hem nu zag, vroeg hij aan Jezus: 'Wat dan met hem?' Waarop Jezus hem zei: 'Als ik hem wil laten blijven tot Ik kom, is dat uw zaak? Gij moet Mij volgen!' Zo ontstond onder de broeders het gerucht, dat die leerling niet zou sterven. Doch Jezus had hem niet gezegd, dat hij niet zou sterven, maar: 'Als Ik hem wil laten blijven tot Ik kom, is dat uw zaak?' Dit is de leerling, die van deze dingen getuigt en dit geschreven heeft, en wij weten dat zijn getuigenis waar is. Er zijn nog vele andere dingen die Jezus gedaan heeft. Maar als ze een voor een beschreven werden, dan zou naar mijn mening zelfs de hele wereld te klein zijn voor de boeken die men dan zou moeten schrijven.

  • Zaterdag 23 Mei : Benedictus XVI
    on 23 mei 2026 at 17:06

          Als er een kenmerkend onderwerp is dat uit de geschriften van Johannes naar voren komt, is dat de liefde. Zeker, Johannes is niet de enige auteur van christelijke oorsprong die over de liefde spreekt. Omdat zij een wezenlijk en opbouwend element van het christendom is, spreken alle schrijvers van het Nieuwe Testament erover, zij het ook met verschillende accentueringen. Dat wij nu bij dit thema stilstaan zoals het bij Johannes voorkomt en daarover nadenken, is omdat hij op een aanhoudende en indrukwekkende manier ons de hoofdlijnen er van heeft geschetst. Op zijn woorden vertrouwen wij dan ook.       Een ding is zeker: hij maakt er geen abstract filosofisch of theologisch traktaat van, over wat de liefde is. Nee, hij is geen theoreticus. In feite is de ware liefde zelf krachtens haar aard nooit zuiver speculatief, maar houdt onmiddellijke, concrete en verifieerbare verwijzing in naar reële personen. Welnu zo is Johannes een apostel en vriend van Jezus en laat hij ons als zodanig de bestanddelen zien of beter de fasen van de christelijke liefde.       Het eerste moment heeft te maken met de Bron zelf van de liefde, die de Apostel in God plaatst, waardoor hij er toe komt te stellen, zoals wij hoorden: "God is liefde" (1 Joh. 4, 8.16). Johannes is de enige auteur van het Nieuwe Testament die ons als het ware een soort definitie van God geeft. Hij zegt bijvoorbeeld: "God is Geest" (Joh. 4, 24) of "God is licht" (1 Joh. 1, 5). Hier verkondigt hij vanuit een heldere intuïtie: "God is liefde". Let wel: er wordt niet eenvoudigweg gezegd dat "God liefheeft" en nog minder dat "de liefde God is"! Met andere woorden: Johannes beperkt zich niet tot het beschrijven van het handelen van God, maar dringt door tot aan de wortels daarvan. Bovendien bedoelt hij niet een goddelijke kwaliteit toe te kennen aan een algemene of zelfs onpersoonlijke liefde. Hij klimt niet vanuit de liefde op naar God, maar wendt zijn aandacht rechtstreeks naar God, om zijn natuur te bepalen met de oneindige dimensie van de liefde. Daarmee wil Johannes zeggen dat het wezensbepalende van God de liefde is en dat daardoor heel het handelen van God uit de liefde voortkomt en aan de liefde is ontleend: al wat God doet, doet Hij uit liefde en met liefde, ook al kunnen wij niet altijd meteen begrijpen dat dit liefde is, de ware liefde.

  • Vrijdag 22 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 25,13b-21.
    on 23 mei 2026 at 17:06

    In die dagen kwamen koning Agrippa en zijn zuster Bernike in Caesarea en maakten hun opwachting bij de landvoogd Festus. Tijdens hun verblijf aldaar, dat ver­scheidene dagen duurde, legde Festus het geval van Paulus aan de koning voor met de woorden: 'Felix heeft hier een gevangene achtergelaten tegen wie de hogepriesters en de oudsten van de Joden, toen ik in Jeruzalem was, een aanklacht hebben ingediend, met het verzoek hem te veroordelen. Ik heb hun te verstaan gegeven, dat de Romeinen niet gewoon zijn iemand bij wijze van gunst uit te leveren, voordat de beklaagde tegenover zijn beschuldi­gers heeft gestaan en gelegenheid heeft zich tegen de aanklacht te verdedigen. Zij kwamen dus hier heen en zonder uitstel heb ik de volgende dag rechtszitting gehouden en de man laten voorleiden. Toen de aanklagers om hem heen stonden, brachten zij geen enkele beschuldiging in van misdaden waar ik op gerekend had. Wel hadden zij bepaalde kwesties tegen hem op het gebied van hun eigen godsdienst en over een zekere Jezus die dood is, maar van wie Paulus beweerde, dat Hij leeft. Omdat ik met het onderzoek van die dingen geen weg wist, heb ik gevraagd of hij naar Jeruzalem wilde gaan om daar in deze zaak terecht te staan. Maar Paulus is in hoge beroep gegaan en wilde daarom tot de uitspraak van Zijne Majesteit in bewaring gehouden worden. Daarom heb ik bevel gegeven hem in hechtenis te houden, totdat ik hem naar de keizer kan zenden.'