Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 19 September : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 15,35-37.42-49.
    on 19 september 2026 at 00:41

    Broeders en zusters, iemand zal vragen, hoe verrij­zen de doden? Met wat voor lichaam? Een dwaze vraag! Ook wat gij zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt, en wat gij zaait is slechts een graankorrel of iets derge­lijks, en heeft nog niet de vorm die het zal krijgen. Zo is het ook met de opstanding van de doden; wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onverganke­lijkheid; wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijk­heid en kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er een natuurlijk lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. In deze zin staat er geschreven: De eerste mens, Adam, werd een levens wezen. De laatste Adam werd een levendma­kende Geest. Maar het geestelijke komt niet het eerst; het natuurlijke gaat vooraf, daarna komt het geestelijke. De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel. Zoals die eerste mens van aarde zijn alle aardse mensen, zoals de hemelse mens zullen alle hemelsen zijn. En gelijk wij het beeld van de aardse hebben gedragen, zo zullen wij ook het beeld dragen van de hemelse mens.

  • Zaterdag 19 September : Psalmen 56(55),10.11-12.13-14.
    on 19 september 2026 at 00:41

    Mijn vijand wijkt als ik U aanroep, ja, ik weet het, God verlaat mij niet. Op de Heer en zijn belofte, op de Heer vertrouw ik, zonder vrees. Wat kunnen de mensen mij doen? Wat ik belooft heb, God zal ik volbrengen U breng ik het offer van mijn lof. Want door U ben ik de dood ontkomen, Gij behoed mijn voeten voor de val, Daardoor kan ik voortgaan voor Gods aanschijn in het licht dat alle levenden verlicht.

  • Zaterdag 19 September : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 8,4-15.
    on 19 september 2026 at 00:41

    In die tijd verzamelde zich een grote menigte en uit de steden de mensen naar Jezus toestroom­den, sprak Hij in een gelijkenis: 'De zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien. En bij het zaaien viel een gedeelte op de weg en het werd vertrapt en de vogels uit de lucht aten het op. Een ander gedeelte viel op de rotsgrond; het schoot wel op maar droogde uit, omdat het geen vocht had. Weer een ander gedeelte viel tussen de distels, maar tegelijkertijd schoten de distels op en verstikten het. Nog een ander gedeelte viel op goede grond; het schoot op en bracht honderdvou­dige vrucht voort.' En met luider stem voegde Hij er aan toe: 'Wie oren heeft om te horen, hij luistere.' Zijn leerlingen vroegen Hem, wat die gelijkenis wel betekende. Hij antwoordde: 'Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk Gods te kennen, maar de overigen ontvangen ze in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet begrijpen. Welnu, de betekenis van de gelijkenis is deze: Het zaad is het woord van God. Die op de weg, zijn zij die geluisterd hebben. Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg, opdat ze niet door te geloven gered worden. Die op de rots, zijn zij die het woord met blijdschap ontvangen wanneer zij het horen, maar zij hebben geen wortel, zij geloven voor een ogenblik, maar ten tijde van de beproeving vallen zij af. Wat onder de distels viel, zijn zij die wel geluisterd hebben, maar gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstrikt raken en niet tot rijpheid komen. Het zaad in de goede aarde zijn zij, die het woord dat Zij hoorden in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastig­heid.

  • Zaterdag 19 September : H. Jean-Marie Vianney
    on 19 september 2026 at 00:41

          Als u me vraagt wat Jezus Christus wil zeggen door deze zaaier, die vroeg in de ochtend het zaad gaat zaaien op de akker, mijn broeders en zusters, dan zeg ik u: de zaaier, dat is de goede God zelf, die begonnen is met het werken aan ons heil vanaf het begin van de wereld, en die ons profeten stuurde voor de komst van de Messias, om ons te laten weten wat nodig is om gered te worden. Hij vond het niet genoeg om zijn dienaren te sturen, Hij is zelf gekomen, Hij heeft voor ons de weg gemaakt die we moeten nemen, Hij kwam ons het heilige woord verkondigen.       Weet u wat een persoon is, die niet gevoed is door dit heilig woord? (...) Hij is gelijk aan een zieke zonder dokter, aan een verdwaalde reiziger zonder gids, aan een arme zonder hulp. Het is gans onmogelijk, mijn broeders en zusters, om God lief te hebben en om Hem te plezieren zonder gevoed te zijn door dit goddelijk woord. Wat kan ons aan Hem hechten, behalve dat we Hem kennen? En wie of wat laat ons Hem kennen met al zijn volmaaktheden, zijn schoonheid en zijn liefde voor ons, behalve het woord van God, dat ons alles leert wat Hij voor ons heeft gedaan en het goede dat Hij voor ons bereidt in het andere leven?

  • Vrijdag 18 September : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 15,12-20.
    on 19 september 2026 at 00:41

    Broeders en zusters, als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe kunnen dan sommigen onder u beweren, dat er geen opstanding van de doden bestaat? Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet verrezen. En wanneer Christus niet is verrezen, is onze prediking zonder inhoud en uw geloof eveneens. Dan volgt zelfs dat wij over God een vals getuige­nis hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus ten leven heeft gewekt, wat Hij niet gedaan heeft, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen. Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen, en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waarde­loos en zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn verloren. Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontsla­pen zijn.