Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 16 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 18,23-28.
    on 16 mei 2026 at 01:55

    Nadat Paulus enige tijd te Antiochië had verbleven, vertrok hij weer en maakte een rondreis achtereenvolgens door de landstreek Galatië en door Frygië om er alle leerlingen te sterken. Intussen was in Efeze een Jood aangekomen, Apollos, een Alexandrijn van afkomst en een welsprekend man, die doorkneed was in de Schriften. Hij had onderricht ontvangen in de weg des Heren, sprak vol geestdrift en gaf in bijzonderheden onderricht over alles wat Jezus betrof, hoewel hij alleen het doopsel van Johan­nes kende. Ook begon hij vrijmoe­dig in de synagoge op te treden. Nadat Priscilla en Aquila hem gehoord hadden, namen ze hem mee en legden hem de weg van God nauwkeu­riger uit. Toen hij wilde doorreizen naar Achaia, zonden de broeders aan de leerlin­gen een brief met het verzoek hem goed te ontvan­gen. Daar aangekomen was hij door zijn genadegave van veel nut voor de gelovigen, want krachtig weerlegde hij in het openbaar de Joden door aan de hand van de Schriften te bewijzen, dat Jezus de Messias was.

  • Zaterdag 16 Mei : Psalmen 47(46),2-3.8-9.10.
    on 16 mei 2026 at 01:55

    Klap in de handen, o volken, juich God toe met jubelzang: geducht is de Heer, de Allerhoogste, machtige koning van heel de aarde. God is koning van heel de aarde. Zing een feestelijk lied voor Hem. God heerst als koning over de volken, God zetelt op zijn heilige troon. De vorsten van de volken zijn bijeen in het gevolg van Abrahams God. Zijn schildwachten zijn ze op aarde. Hoog is Hij verheven.

  • Zaterdag 16 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 16,23b-28.
    on 16 mei 2026 at 01:55

    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Voorwaar, voor­waar, Ik zeg u: wat gij de Vader ook zult vragen, Hij zal het u geven in mijn Naam. Tot nu toe hebt gij niets gevraagd in mijn Naam. Vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. In beelden heb Ik hierover tot u gesproken; er komt een uur, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar Mij onomwonden tegenover u zal uiten omtrent de Vader. Op die dag zult gij bidden in mijn Naam; het is niet nodig te zeggen dat Ik bij de Vader uw voorspreker zal zijn, want de Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij liefhebt en gelooft dat Ik van God ben uitgegaan. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat Ik de wereld en ga naar de Vader.'

  • Zaterdag 16 Mei : H. Augustinus
    on 16 mei 2026 at 01:55

    Wie aan God dat ene vraagt wat werkelijk van belang is en het zoekt (vgl. Ps. 27,4), kan dit doen met zekerheid en vertrouwen. (…) Dit ene goed is de vrede die alle verstand te boven gaat; wij weten echter niet hoe wij er op de juiste wijze om moeten bidden. Want wat wij ons ervan kunnen voorstellen, kennen wij in werkelijkheid niet; en alles wat in onze gedachten opkomt en dat wij afwijzen, verwerpen en afkeuren, weten wij dat het niet is wat wij zoeken, ook al weten wij nog niet wat dit “iets” werkelijk is. Er is dus in ons wat ik een “geleerde onwetendheid” zou noemen, onderricht door de Geest van God die onze zwakheid ondersteunt. Want nadat de Apostel heeft gezegd: “Als wij hopen op wat wij niet zien, dan verwachten wij het in volharding”, voegt hij eraan toe: “Wij weten niet wat wij moeten bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de harten doorgrondt, kent de gezindheid van de Geest, want Hij pleit voor de heiligen” (vgl. Rom. 8,25-27). Dit moet niet zo worden opgevat dat wij zouden denken dat de Heilige Geest van God – die onveranderlijk God is in de Drie-eenheid en één God met de Vader en de Zoon – voor de heiligen bidt als iemand die niet God is. Men zegt dat Hij voor de heiligen bidt omdat Hij de heiligen doet bidden. Hij laat hen bidden door in hen het verlangen te wekken naar dat grote, nog onbekende goed dat wij met geduld verwachten, en dit door onuitsprekelijke verzuchtingen.

  • Vrijdag 15 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 18,9-18.
    on 16 mei 2026 at 01:55

    Toen Paulus te Korinte verbleef sprak de Heer in een nachtelijk visioen tot hem: 'Wees niet bevreesd, maar spreek, en zwijg niet. Ik ben met u en niemand zal u aanraken om u kwaad te doen, want in deze stad behoren veel mensen Mij toe.' Anderhalf jaar bleef hij daar wonen, terwijl hij bij hen het woord Gods onderwees. Onder het proconsu­laat echter van Gallio in Achaia keerden de Joden zich als een man tegen Paulus en brachten hem voor de rechtbank. Zij verklaarden: 'Deze man tracht de mensen over te halen tot onwettige godsverering.' Paulus wilde juist iets zeggen, toen Gallio de Joden antwoordde: 'Als het ging over een of ander onrecht of ernstig misdrijf, Joden, zou ik u vanzelfsprekend geduldig aanhoren. Maar zijn het twisten over een woord, over namen en over die Wet van u, dan moet gij zelf maar zien. Daarover wil ik geen rechter zijn.' Hij joeg ze van zijn rechterstoel weg. Nu wierpen allen zich op Sostenes, de overste van de synagoge, en gaven hem voor de rechterstoel een pak slaag. Gallio trok er zich niets van aan. Paulus bleef daar nog vele dagen, nam toen afscheid van de broeders en ging in gezelschap van Priscilla en Aquila scheep naar Syrie. Eerst had hij in Kenchreeen zijn hoofdhaar laten afknippen, want hij stond onder gelofte.