Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Maandag 5 Oktober : Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Galaten 1,6-12.
    on 5 oktober 2026 at 14:29

    Broeders en zusters, ik sta verbaasd dat gij zo spoedig afvalt van Hem die u riep tot de genade naar een ander evangelie; maar er is geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het evangelie van Christus willen perverteren. Maar al zouden wijzelf of een engel uit de hemel een ander evange­lie verkondigen dan wij u verkondigd hebben: hij zij ver­vloekt! Wat ik vroeger heb gezegd zeg ik nu opnieuw: als iemand u een ander evangelie verkondigt dan gij ontvangen hebt: hij zij vervloekt! Tracht ik nu de mensen te winnen of God? Zoek is soms de gunst van de mensen? Als ik nog de gunst van mensen zocht, zou ik geen dienaar van Christus zijn. Ik verzeker u, broeders; het evangelie dat door mij is verkondigd is geen produkt van mensen. Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus.

  • Maandag 5 Oktober : Psalmen 111(110),1-2.7-8.9.10c.
    on 5 oktober 2026 at 14:29

    De Heer wil ik danken uit heel mijn hart, te midden der vromen, voor heel de gemeente. Geweldig is alles wat Hij verricht, de aandacht boeiend van elk die het nagaat. Het werk van zijn handen is goed en betrouwbaar al wat Hij besluit staat onwrikbaar vast. Het blijft door de eeuwen van kracht, het is doordacht en rechtvaardig. Hij heeft zijn volk verlossing gebracht, voor eeuwig met hen zijn verbond gesloten; heilig en hooggeëerd is zijn Naam, in eeuwigheid moet men Hem loven.

  • Maandag 5 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,25-37.
    on 5 oktober 2026 at 14:29

    In die tijd trad een wetgeleer­de naar voren om Jezus op de proef te stellen. Hij zei: 'Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwer­ven?' Hij sprak tot hem: 'Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest ge daar?' Hij gaf ten antwoord: 'Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.' Jezus zei: 'Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.' Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoor­den, sprak hij tot Jezus: 'En wie is dan mijn naaste?' Nu nam Jezus weer het woord en zei: 'Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in de handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem half dood liggen. Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet; hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. De volgende morgen haalde hij twee denarien te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: Zorg goed voor hem, en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoede. Wie van deze drie lijkt u de naaste van de man die in handen van de rovers gevallen is?' Hij antwoordde: 'Die hem barmhartigheid betoond heeft.' En Jezus sprak: 'Ga dan en doet gij evenzo.'

  • Maandag 5 Oktober : H. Gregorius van Nyssa
    on 5 oktober 2026 at 14:29

          “Dat is mijn geliefde, dat is mijn vriend, dochters van Jeruzalem” (Hoogl. 5,16). De Bruid van het Hooglied toont Hem die zij zocht, door te zeggen: “Daar is Degene die ik zocht, Degene die om onze broeder te worden naar het land Judea is gegaan. Hij is de vriend geworden van degene die in handen van de rovers is gevallen: Hij heeft de wonden met olie, met wijn en met verband genezen; Hij heeft hem op zijn eigen rijdier gezet; Hij heeft hem in een herberg laten uitrusten; Hij heeft geld gegeven voor zijn onderhoud; Hij heeft beloofd om bij zijn terugkomst te vergoeden als er nog meer kosten zijn”. Elk detail hiervan heeft een duidelijke betekenis.       De wetgeleerde beproefde de Heer en wilde tonen dat hij meer was dan anderen; in zijn trots trok hij zich weinig aan van zijn gelijkheid met anderen en zei: “Wie is mijn naaste?” Het Woord toont hem vervolgens, in de vorm van een verhaal de hele heilige geschiedenis van de barmhartigheid: Hij vertelt over de neerdaling van de mens, de hinderlaag van de rovers, het afnemen van zijn onvergankelijk kleed, de wonden van de zonde, het binnendringen van de dood in de helft van onze natuur (aangezien onze ziel onsterfelijk is gebleven), de nutteloze voortgang van de Wet (aangezien noch de priester, noch de leviet de wonden van degene die in de handen van de rovers gevallen was, heeft verzorgd).       Het was immers onmogelijk dat het bloed van de stieren en de bokken de zonde zouden uitwissen (Heb 10,4): alleen Degene die de hele menselijke natuur opnieuw heeft bekleed kon dat doen –de menselijke natuur van Joden, Samaritanen, Grieken- in één woord, van de hele mensheid. Met zijn lichaam, dat het rijdier is, begaf hij zich naar de plaats van de ellende van de mens. Hij genas zijn wonden, liet hem uitrusten op zijn eigen rijdier en heeft voor hem met zijn barmhartigheid een herberg gemaakt, waar allen die moe zijn en gebukt gaan onder de last hun rust kunnen vinden (Mt 11,28).

  • Zondag 4 Oktober : Uit profeet Jesaja 5,1-7.
    on 5 oktober 2026 at 14:29

    Ik wil zingen van mijn vriend, het lied van mijn vriend en zijn wijngaard. Mijn vriend had een wijngaard op een vruchtbare helling. Hij spitte hem om, verwijderde de stenen, en beplantte hem met edelwingerd. Hij bouwde er een wachttoren en kapte er ook een wijnpers uit. Nu verwachtte hij dat hij druiven zou dragen, maar hij bracht slechts wilde bessen voort. Welnu, bewoners van Jeruzalem, mannen van Juda, doet uitspraak tussen Mij en mijn wijngaard. Wat kon Ik nog voor mijn wijngaard doen dat Ik niet heb gedaan? Waarom bracht hij slechts wilde bessen voort, waar Ik verwachtte dat hij druiven zou dragen? Welnu, Ik zal u vertellen wat Ik met mijn wijngaard ga doen. Zijn omheining neem Ik weg, zodat hij kaal wordt gevreten; zijn muren verniel Ik, zodat hij vertrapt wordt. Een wildernis maak Ik ervan, hij wordt gesnoeid noch gewied, distels en doornen groeien er hoog, en de wolken verbied Ik hem met regen te besproeien. Ja, de wijngaard van Jahwe van de machten is Israëls huis, zijn bevoorrechte planten zijn de mensen van Juda. Hij hoopte op recht maar Hij zag onrecht, Hij zag geen betrachting van recht, maar verkrachting van recht.