Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Donderdag 29 Januari : Uit het 2e boek Samuël 7,18-19.24-29.
    on 28 januari 2026 at 23:12

    Nadat Natan tot David gesproken had, ging koning David het heiligdom binnen; hij zette zich neer voor de Heer en zei: “Wie ben ik, Heer God, en wat is mijn huis, dat Gij mij zover gebracht hebt? En nu is U dit alles nog niet genoeg, Heer God: ook over de toekomst van het huis van uw dienaar spreekt Gij. Is dit voor een mens wel weggelegd, Heer God? Gij hebt uw volk Israël voorgoed bevestigd als uw volk en Gij, Heer, zijt hun God. Doe daarom, Heer God, altijd het woord gestand, dat Gij gesproken hebt tot uw dienaar en tot zijn huis en handel volgens uw woord. Dan zal uw Naam voor altijd groot zijn; dan zal gezegd worden: God, de Heer van de hemelse machten is God over Israël en voor U blijft het huis van uw dienaar David in stand. Gij, God, Heer van de hemelse machten, God van Israël, Gij hebt uw dienaar geopenbaard: Ik zal u een huis bouwen. Daardoor heeft uw dienaar de moed gevonden, dit gebed tot U te richten. Welnu dan, Heer God, Gij zijt God en uw woorden zijn betrouwbaar; Gij hebt deze weldaad aan uw dienaar beloofd. Zegen dan nu het huis van uw dienaar, dat het altijd voor U mag blijven bestaan. Gij zelf, Heer God, hebt gesproken; uw rijke zegen zal voor altijd rusten op het huis van uw dienaar.

  • Donderdag 29 Januari : Psalmen 132(131),1-2.3-5.11.12.13-14.
    on 28 januari 2026 at 23:12

    Heer denk in uw mildheid aan David, aan zijn bezorgdheid voor U; Hoe hij de Heer had gezworen, de Sterke van Jakob beloofd: Ik zal mijn huis niet betreden, niet rusten gaan op mijn bed; Ik gun mijn ogen geen slaap meer, mijn oogleden weiger ik rust, Tot ik voor de Heer een plaats vind, voor Jakobs Sterke een huis. De Heer heeft David gezworen, een eed die Hij nimmer breekt: een telg uit uw geslacht , zal Ik op uw troon verheffen. Houden uw zonen zich aan mijn verbond, aan alles wat Ik hen opleg, dan zullen hun zonen ook voor altijd zetelen op uw troon. Want God heeft de Sion gekozen, haar als zijn zetel gewild: hier is mijn rustplaats voor eeuwig, hier zal Ik wonen, dit is mijn keus.

  • Donderdag 29 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 4,21-25.
    on 28 januari 2026 at 23:12

    In die tijd zei Jezus tot de menigte: 'Komt er soms een lamp om onder de korenmaat of onder de rustbank gezet te worden, of juist om op de standaard te worden geplaatst? Niets is verborgen dat niet openbaar gemaakt zal worden; en niets is geheim dat niet aan het licht zal komen. Als iemand oren heeft om te horen, hij luistere.' Verder zei Hij: 'Let op wat gij hoort. De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken; zelfs een toemaat zal men u geven. Aan wie heeft, zal gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden, zelfs wat hij heeft.'

  • Donderdag 29 Januari : H. [moeder] Teresa van Calcutta
    on 28 januari 2026 at 23:12

          Het kan zijn dat het me, terwijl ik aan het werk ben, niet lukt mijn aandacht volledig op God te richten, maar dat eist God ook niet van me. Toch kan ik volkomen verlangen en van plan zijn mijn werk te doen met Jezus en voor Jezus. Dat is prachtig en dat is wat God wil. Hij wil dat onze wil en ons verlangen voor Hem zijn, voor ons gezin, voor onze kinderen, voor onze broeders en voor de armen.       Ieder van ons is slechts een klein instrument. Als je kijkt hoe een elektrisch apparaat er van binnen uitziet, zie je meestal grote en kleine, nieuwe en oude, goedkope en dure elektriciteitsdraden naast elkaar liggen. Tot de stroom erdoorheen gaat is er geen licht. Die draden zijn jij en ik. De stroom is God. Het ligt in ons vermogen de stroom door ons heen te laten gaan, ons te laten gebruiken, het licht van de wereld voort te brengen. We kunnen ook weigeren ons te laten gebruiken en toestaan dat de duisternis zich verspreidt.

  • Woensdag 28 Januari : Uit het 2e boek Samuël 7,4-17.
    on 28 januari 2026 at 23:12

    In die dagen werd het woord van de Heer gericht tot de profeet Natan: ‘Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de Heer: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te wonen? Ik heb nooit in een huis gewoond, sinds de tijd dat Ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid tot vandaag toe; steeds ben Ik meegetrokken in een tent, waar Ik in verbleef. Zolang Ik met de Israëlieten meetrok, heb Ik nooit aan iemand gevraagd: Waarom bouwt gij Mij niet een huis van cederhout? Aan geen van de stammen van Israël, die Ik had aangesteld om mijn volk te hoeden. Zeg daarom aan mijn dienaar David: Zo spreekt God, de Heer van de hemelse machten: Ik heb u uit de steppe gehaald, achter de schapen vandaan, om vorst te zijn over mijn volk Israël. Op al uw tochten heb Ik u bijgestaan, al uw vijanden heb Ik vernietigd, uw naam heb Ik groot gemaakt als die van de groten der aarde. Ik heb mijn volk Israël een gebied gegeven en het daar geplant om er te wonen. Het wordt niet meer opgeschrikt en door geen boosdoeners verdrukt, zoals vroeger, in de tijd dat Ik over Israël, mijn volk, rechters had aangesteld. Ik heb gezorgd dat al uw vijanden u met rust laten. De Heer kondigt u aan dat Hij voor u een huis zal oprichten. Als uw dagen voleind zijn en gij bij uw vaderen rust, zal Ik de nazaat, die gij verwekt, hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden. Hij zal een huis bouwen ter ere van mijn Naam en Ik zal zijn koninklijke troon voor altijd in stand houden. Ik zal hem tot vader zijn en hij zal mijn zoon zijn. Als hij de verkeerde weg opgaat, zal Ik hem kastijden met slagen en striemen, even goed als andere mensen. Maar nooit zal Ik hem uit mijn gunst verstoten, zoals Ik gedaan heb met Saul, die Ik verstoten heb om plaats te maken voor u. Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd standhouden; uw troon staat vast voor eeuwig.” Al deze woorden, heel dit visioen, bracht Natan over aan David.