Broeders en zusters, ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt, in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: een lichaam en een Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen en met allen en in allen.
Van de Heer is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en wie haar bewonen, Hij heeft haar op de zeeën gegrondvest, op de stromen heeft Hij haar verankerd. Wie mag de berg van de Heer bestijgen, wie mag staan op zijn heilige plaats? Wie reine handen heeft en een zuiver hart, zich niet inlaat met leugens. Zegen zal hij ontvangen van de Heer en recht verkrijgen van God, zijn Redder. Dat valt hun ten deel die U zoeken, die zich tot U wenden – het volk van Jakob
In die tijd zei Jezus tot de menigte: 'Wanneer gij een wolk ziet opkomen uit het westen, zegt ge terstond: er komt regen; en zo gebeurt het ook. En wanneer ge ziet dat er een zuidenwind waait, zegt ge: het wordt gloeiend heet; en het gebeurt. Huichelaars! Van het beeld van land en lucht weet ge de juiste betekenis te bepalen, maar waarom dan niet van deze tijd? Hoe komt het dat ge niet uit uzelf de juiste gevolgtrekking maakt? Wanneer gij met uw tegenpartij naar de overheid gaat, doe dan onderweg nog moeite u van hem te bevrijden; anders zou hij u wel eens voor de rechter kunnen slepen, de rechter zal u aan de gerechtsdienaar overleveren, en de gerechtsdienaar zal u in de gevangenis werpen. Ik zeg u: Ge zult er niet uitkomen, voordat ge tot de laatste cent betaald hebt.'
Hoe is het mogelijk dat wij, terwijl ons voortdurend wordt voorgehouden dat alles wat er in de wereld gebeurt slechts een schaduw is, een beeld, een geloofsmysterie, ons toch steeds op menselijke wijze gedragen en ons laten leiden door de natuurlijke betekenis van de dingen, die slechts een raadsel is? Wij lopen telkens opnieuw als dwazen in de val, in plaats van onze ogen op te heffen en terug te gaan naar het beginsel, naar de bron, naar de oorsprong van de dingen, waar alles bovennatuurlijk, goddelijk en heiligmakend is; waar alles deel uitmaakt van de volheid van Jezus Christus; waar alles een steen is van het hemelse Jeruzalem (Apok. 21,14 e.v.); waar alles zijn plaats vindt in en bijdraagt aan de opbouw van dat wonderbare bouwwerk. (...) Het geloof is het licht van de tijd (...); het neemt de sluier weg en onthult de eeuwige waarheid (vgl. 2 Kor. 3,16). Wanneer een ziel dit inzicht van het geloof heeft ontvangen, spreekt God tot haar door alle schepselen; het heelal is voor haar een levend geschrift dat de vinger van God onophoudelijk voor haar ogen schrijft. De geschiedenis van alle ogenblikken die voorbijstromen, is een heilige geschiedenis; de heilige Boeken die de Geest van God heeft ingegeven, zijn voor haar slechts het begin van de goddelijke onderrichtingen. Alles wat gebeurt en niet geschreven staat, is voor haar het vervolg van de Schrift. Wat geschreven staat, is het commentaar op wat niet geschreven staat. Het geloof beoordeelt het ene aan de hand van het andere.
Broeders en zusters,, ik buig mijn knieën voor de Vader, naar wie alle vaderschap. in de hemel en op aarde genoemd wordt: moge Hij u in zijn onmetelijke heerlijkheid geven dat uw diepste wezen machtig door zijn Geest wordt gesterkt, dat Christus door het geloof woont in uw hart en dat gij in de liefde geworteld en gegrondvest blijft. Moogt gij in staat zijn met alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereikten die de volheid van God zelf is. Aan Hem die door de kracht welke in ons werkt bij machte is oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden, aan Hem zij de heerlijkheid in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.