Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zondag 25 Oktober : Uit het boek Exodus 22,20-26.
    on 24 oktober 2026 at 22:45

    Zo spreekt de Heer: Gij moet een vreemdeling niet uitbuiten of onderdrukken, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Weduwen en wezen mag je evenmin uitbuiten. Doe je dat toch en smeken zij mij om hulp, dan zal ik zeker naar hen luisteren: ik zal in woede ontsteken en ieder van jullie doden, en dan zullen jullie eigen vrouwen weduwe worden en jullie kinderen wees. Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem. Als je iemands mantel als onderpand neemt, moet je die voor zonsondergang aan hem teruggeven, want hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken. Waarmee moet hij zijn lichaam anders beschermen als hij gaat slapen? Als hij mij om hulp smeekt, zal ik naar hem luisteren, want ik ben een genadige God.

  • Zondag 25 Oktober : Psalmen 18(17),2-3a.3bc-4.47.51ab.
    on 24 oktober 2026 at 22:45

    Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij, mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder. Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind. Mijn schild, mijn behoud, mijn bescherming. Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen, dan doet geen vijand mij kwaad. De Heer zij geprezen, gezegend mijn rots; verheerlijkt zij God, mijn verlosser. Want Gij hebt uw koning de zegen geschonken, en genade bewezen aan zijn gezalfde.

  • Zondag 25 Oktober : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica 1,5c-10.
    on 24 oktober 2026 at 22:45

    Broeders en zusters, gij weet hoe ons optreden bij u is geweest: het was gericht op uw heil. En gij van uw kant zijt navolgers geworden van ons en van de Heer, toen gij het woord hebt aangenomen onder allerlei beproevingen en toch met vreugde van de heilige Geest. Gij zijt een voorbeeld geworden voor alle gelovigen in Macedonie en in Achaie. Van Tessalonica uit heeft het woord van de Heer weerklon­ken, en niet enkel in Macedonie en Achaje; allerwe­gen is uw geloof in God bekend geworden. Wij hoeven niets meer te zeggen. Zij vertellen zelf hoe wij bij u zijn gekomen en hoe wij door u zijn ontvangen: hoe gij u van de afgoden tot God hebt be­keerd, om de levende en waarachtige God te dienen, en uit de hemel zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de dood heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn.

  • Zondag 25 Oktober : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 22,34-40.
    on 24 oktober 2026 at 22:45

    In die tijd toen de Farizeeën vernamen dat Jezus de Sadduceeen de mond gesnoerd had, kwamen zij bijeen en een van hen, een wetgeleerde, vroeg Hem om Hem op de proef te stellen: 'Meester, wat is het voor­naamste gebod in de Wet?' Hij ant­woordde hem: 'Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaam­ste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaar­dig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.'

  • Zondag 25 Oktober : H. Hildegard van Bingen
    on 24 oktober 2026 at 22:45

    Met harmonie geeft de liefde aan alles zijn juiste maat… Voor de ware liefde, die geheel goddelijk is, bestaat er één goed dat kostbaarder en begeerlijker is dan al het andere. Allen die dit zoeken, trekt zij naar zich toe en verzamelt zij rondom zich. In zijn rechtvaardigheid waardeert God zowel de verdiensten van hemelse verlangens als die van geestelijke verzuchtingen, waarvan de ingeving goddelijk is, alsook de werken van degene die zich sterkt in de liefde tot God. Dit is duidelijk voor hen die God met een volmaakte liefde beminnen: "Ik, God, doorgrond het hart en onderzoek de nieren, om ieder te vergelden naar zijn gedrag, naar de vrucht van zijn werken." (Jer. 17,10) De ware minnaars van God mogen niemand anders zoeken dan Hem, onder welke voorwendsels ook. Zij wijzen iedere ingeving van hun begeerte af die hen naar een ander doel zou voeren. Helaas zoekt en volbrengt de mens maar al te vaak zijn eigen wil, zoals de bekoring van Adam heeft laten zien. Toch kan hij niet tegelijk God en de duivel dienen, want de duivel haat wat God liefheeft, en omgekeerd. Zo is het ook in de mens: het vlees verheugt zich in de zonden, terwijl de ziel verlangt naar gerechtigheid; daarom is de strijd tussen beide zo hevig. In deze strijd put de mens zich uit, want de dienaar wordt gedwongen zijn meester te dienen. Ofwel onderwerpt het vlees de ziel aan de zonde, ofwel onderwerpt de ziel het vlees en brengt zij het goede tot stand. Wanneer de mens, uit liefde tot God, de begeerte van zijn ziel volgt, verzaakt hij zichzelf en leeft hij als een vreemdeling op deze aarde. (…) Wanneer hij zich tot het goede heeft bekeerd en zijn wonden zijn gewassen in het bloed van het Lam, heffen de engelenlegers, bij het aanschouwen van deze genezing, hun lofzangen aan tot de bewonderenswaardige God. Mens die God vreest en Hem liefheeft, laat uw hart aandachtig luisteren naar deze woorden!