Zo spreekt de Heer: Onderhoudt het recht, beoefent de gerechtigheid, want de komst van mijn redding is nabij en mijn gerechtigheid wordt weldra geopenbaard. De vreemdelingen die zich bij de Heer hebben aangesloten, om Hem te dienen en de naam van de Heer te beminnen, om zijn dienstknechten te zijn; al degenen die de sabbat onderhouden, hem niet ontheiligen en vasthouden aan mijn verbond: hen allen laat Ik komen naar mijn heilige berg, en schenk hun vreugde in mijn huis van gebed. Hun brand en slachtoffers zijn welgevallig op mijn altaar. Want mijn huis zal heten: Huis van gebed voor alle volken.
God, wees ons genadig en zegen ons, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen, dan zal men op aarde uw weg leren kennen, in heel de wereld uw reddende kracht. Laten de naties juichen van vreugde, want u bestuurt de volken rechtvaardig en regeert over de landen op aarde. Dat de volken U loven, God, dat alle volken U loven. Moge God ons blijven zegenen, zodat men ontzag voor Hem heeft tot aan de einden der aarde.
Broeders en zusters, Ik Paulus, richt mij nu tot u die uit het heidendom gekomen zijt. Ik ben weliswaar apostel van de heidenen, maar ik schat dit ambt juist hierom zo hoog, omdat ik hoop mijn eigen volk tot naijver te prikkelen en er althans enigen van te redden. Want als hun verwerping de wereld verzoening heeft gebracht, wat kan dan hun aanneming anders betekenen dan leven uit de doden? Want God kent geen berouw over zijn genadegaven noch over zijn roeping. Zoals gij eertijds aan God ongehoorzaam zijt geweest, thans echter, dank zij hun ongehoorzaamheid, ontferming hebt gevonden, zo zijn zij op hun beurt thans ongehoorzaam geworden, opdat nu ook zij, ten gevolge van de u betoonde ontferming, erbarming zouden vinden. Zo heeft God allen in ongehoorzaamheid opgesloten om allen in te sluiten in zijn ontferming.
In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon. Op een gegeven ogenblik trad een Kananeese vrouw afkomstig uit dat gebied naar voren, luid roepend: 'Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld.' Maar Hij gaf haar in het geheel geen antwoord. Toen wendden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek: 'Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen.' Hij antwoordde: 'Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden.' Maar de vrouw kwam naderbij, wierp zich voor zijn voeten neer en zei: 'Heer, help mij!' Hij gaf haar ten antwoord: 'Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.' 'Wel waar, Heer', sprak zij,'want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen.' Daarop zei Jezus haar: 'Vrouw, ge hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd.' En van dat ogenblik was haar dochter genezen.
"Heb medelijden met mij, Heer, zoon van David!" Dat is een enorm krachtige roep ... Het is een verzuchting die voortkomt uit een onpeilbare diepte. Het gaat voorbij aan de natuur, want het is de heilige Geest die voor ons pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen (Rm 8,26)... Maar Jezus zegt tegen haar: "Alleen naar de verloren schapen van het huis van Israël ben Ik gezonden". Welnu, wat jaagt zij dan na? Zij is nog dieper in de afgrond doorgedrongen. Door zich te verlagen en te vernederen heeft ze het vertrouwen vastgehouden en heeft ze gezegd: "Jawel, Heer; ook de hondjes eten toch van de kruimels, die van de tafel van hun meesters vallen". Ach! Als u er ook eens in zou kunnen slagen om werkelijk diep door te dringen tot de bodem van de waarheid, niet door geleerde commentaren, door grote woorden, of met alle zintuigen, maar in de werkelijke diepte van uzelf! Noch God, noch een ander wezen kan dat van u afpakken en vernietigen, als u tenminste in de waarheid blijft, in de vertrouwende nederigheid. Men zou u kunnen beledigen, minachten en afwijzen, u zult sterk blijven in de volharding; u zult, aangezet door een volledig vertrouwen, nog dieper gaan groeien en u zult uw ijver steeds meer vergroten. Daar hangt alles van af, en degene die tot op dat punt komt, zal slagen. Deze wegen, en alleen deze, leiden werkelijk, zonder enig tussenstation, naar God. Maar op deze wijze in grote nederigheid blijven, met volharding, met een totale en ware zekerheid, zoals deze arme vrouw het deed, dat overkomt slechts weinigen.