de komst verwachtend en verhaastend van de dag Gods, waardoor de hemelen in vlammen zullen opgaan en de elementen wegsmelten in de vuurgloed. Maar volgens zijn belofte verwachten wij nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen. In deze verwachting, geliefden, moet gij u beijveren onbevlekt en onberispelijk voor Hem te verschijnen, in vrede met God. En beschouwt het uitstel dat de Heer u in zijn lankmoedigheid gunt, als een genade ten heil. In deze geest heeft ook onze geliefde broeder Paulus u geschreven met de hem verleende wijsheid, Vrienden, gij zijt dus gewaarschuwd. Past op dat gij u niet laat meeslepen op de dwaalwegen van die goddelozen; geeft uw standpunt niet prijs. Neemt toe in de genade en de kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de eer, nu en in eeuwigheid!
Voordat de bergen waren geboren; Eer aarde en wereld werden gebaard, Zijt Gij, o God, in de eeuwen der eeuwen! Maar de mensen laat Gij tot stof vergaan, En zegt: Keert er toe terug, gij kinderen der mensen! Duizend jaar zijn in uw ogen als de dag van gisteren die voorbij is, niet meer dan een wake in de nacht. Ons leven duurt maar zeventig jaren, Of zijn we krachtig, tachtig jaar. Het meeste daarvan is nog onheil en jammer, Want de verzwakking komt snel, en dan vlieden we heen. Verleen ons van nu af uw rijkste zegen laat heel ons leven gelukkig zijn. Laat zien aan uw dienaars waartoe Gij in staat zijt en toon aan hun zonen uw heerlijkheid.
In die tijd stuurden de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten enkele Farizeeën en Herodianen op Hem af om Hem vast te zetten. Deze kwamen bij Hem met de vraag: 'Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en U aan niemand stoort, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen, maar leert de weg van God in oprechtheid. Is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet? Zullen we betalen of niet betalen.' Maar Jezus die hun huichelarij doorzag, antwoordde: 'Waarom probeert ge Mij te vangen? Geeft Mij een denarie, dan zal Ik eens zien.' Zij deden het. Jezus vroeg hun nu: 'Van wie is deze beeldenaar en het opschrift? Ze antwoordden: 'Van de keizer.' Daarop sprak Jezus tot hen: 'Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt.' En ze stonden verwonderd over Hem.
Mozes schreef in de Wet: "God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis" (Gn 1,26). Beschouw alstublieft het belang van dit woord. God, de almachtige, de onzichtbare, de onschatbare, heeft de mens, toen Hij hem schiep uit de klei, veredeld met zijn eigen grootheid. Wat is er gemeenschappelijk tussen God en mens, tussen klei en geest? Want "God is geest" (Joh 4,24). Het is dus een groot teken van achting voor de mens, dat God hem heeft begunstigd met het beeld van zijn eeuwigheid en gelijkenis aan zijn eigen leven. De grootheid van de mens is zijn gelijkenis met God, mits hij het behoudt... Voor zover de ziel goed gebruik maakt van de deugden die in haar gezaaid zijn, zal zij op God lijken. God heeft ons onderricht, dat wij Hem alle deugden die Hij in ons gelegd heeft bij onze schepping, terug moeten geven. Hij vraagt ons in de eerste plaats om God lief te hebben met heel ons hart (Dt 6,5) want "Hij heeft ons als eerste liefgehad" (1Joh 4,10), vanaf het begin, zelfs voordat wij bestonden. God liefhebben is dus in ons zijn beeld vernieuwen. Welnu, laat hij, die de geboden onderhoudt, God liefhebben. Aan ons dus om na te denken over het ongeschonden beeld van onze eigen heiligheid voor onze God, onze Vader, want Hij is heilig en Hij heeft gezegd: "Wees heilig zoals Ik heilig ben" (Lev 11,45); met liefde, want Hij is Liefde, en Johannes zei: "God is liefde" (1 Joh 4,8); met tederheid en in waarheid, want God is goed en waar. Laten we geen makers zijn van vreemde beelden... En laten we het beeld van Christus in ons schilderen, opdat wij in onszelf niet het beeld van trots aanbrengen.
Simeon Petrus, dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen die door de goedheid van onze God en Heiland Jezus Christus met ons het voorrecht delen van hetzelfde geloof. Genade voor u en vrede in rijke overvloed door de kennis van God en van Jezus, onze Heer! Want al wat voor leven en vroomheid nodig is, heeft zijn goddelijke kracht ons geschonken met de kennis van Hem die ons geroepen heeft door eigen heerlijkheid en wondermacht. Door die heerlijkheid en macht heeft Hij verheven, onschatbare beloften voor ons gerealiseerd, opdat gij zoudt ontkomen aan het bederf van de zelfzucht dat de wereld heeft aangetast, en deel krijgen aan Gods eigen wezen. Doet daarom uw uiterste best om uw geloof te voeden met deugd, de deugd met kennis, de kennis met zelfbeheersing, de zelfbeheersing met standvastigheid, de standvastigheid met godsvrucht, de godsvrucht met broederliefde, en de broederlijke genegenheid met liefde voor allen.