Broeders en zusters, Christus heeft mij niet gezonden om te dopen. Hij heeft mij gezonden om het evangelie te verkondigen, en dat niet met wijsheid van woorden; anders zou het kruis van Christus zijn kracht verliezen. Want de prediking van het kruis is dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is zij Gods kracht. Er staat immers geschreven: Verdelgen zal Ik de wijsheid der wijzen en het verstand der verstandigen zal Ik tenietdoen. De wijze, de geleerde, de redetwister van deze tijd, waar zijn zij? Heeft God de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt? In Gods wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden; daarom heeft God besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van de verkondiging. Want Joden eisen wonderen, heidenen verlangen wijsheid. Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid. Want de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.
Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven. Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp. Oprecht is immers het woord van de Heer en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid. De plannen van naties doet Hij teniet Hij verijdelt wat volken beramen. De plannen van naties doet Hij teniet Hij verijdelt wat volken beramen. Eeuwig blijft staan het plan van de Heer, wat Hij heeft beraamd geldt van geslacht tot geslacht.
In die tijd vertelde Jezus zijn leerlingen deze gelijkenis: Het is met Rijk der hemelen als met tien meisjes die met hun lampen uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dom, de andere vijf verstandig. Want de domme namen wel hun lampen mee, maar geen olie; de verstandige echter namen met hun lampen tevens kruiken olie mee. Toen nu de bruidegom op zich liet wachten, dommelden zij allen in en sliepen. Maar midden in de nacht klonk er geroep: Daar is de bruidegom! Trekt hem tegemoet! Meteen waren al de meisjes wakker en maakten hun lampen in orde. De domme zeiden tegen de verstandige: Geeft ons wat olie, want onze lampen gaan uit. Maar de verstandige antwoordden: Neen, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en jullie samen. Gaat liever naar de verkopers en haalt wat voor jezelf. Maar terwijl zij onderweg waren om te gaan kopen kwam de bruidegom, en die klaar stonden, traden met hem binnen om bruiloft te vieren; en de deur ging op slot. Later kwamen ook de andere meisjes en zeiden: Heer, heer, doe open! Maar hij antwoorde: Voorwaar, Ik zeg u: Ik ken u niet. Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.
“De vijf domme meisjes namen wel hun lampen mee, maar geen olie. Maar de verstandigen namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen.” Olie betekent hier de glans van de heerlijkheid; de lampen zijn onze harten, waarin we al onze gedachten dragen. De verstandige meisjes dragen olie in hun lampen, omdat ze in hun geweten de glans van de heerlijkheid bewaren, zoals Paulus het zegt: “Wat onze heerlijkheid maakt is het getuigenis van ons geweten” (2Kor 1,12). De dwaze maagden daarentegen hebben geen olie bij zich, omdat ze hun heerlijkheid niet in het geheim van hun hart dragen, dat wil zeggen, dat ze de lofzangen van anderen vragen. “Midden in de nacht klonk er geroep: ‘Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!’” Toen stonden alle meisjes op. Maar de lampen van de domme meisjes gingen uit door hun werken, die van buitenaf stralend hadden geleken in de ogen van de mensen, maar van binnen niet meer dan duisternis bleken te zijn bij de aankomst van de Rechter; en ze ontvangen van God geen enkele beloning, ze hadden deze geliefde lofzangen voor zichzelf al van de mensen ontvangen.
Van Paulus, door Gods wil geroepen tot apostel van Christus Jezus, en onze broeder Sostenes aan de kerk Gods te Korinte, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een heilig leven zijn bestemd, samen met allen die allerwegen de naam aanroepen van Jezus Christus, hun Heer en de onze. Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus! Steeds weer zeg ik God dank voor zijn genade, die u in Christus Jezus is gegeven. Want in Christus zijt ge, naarmate zijn getuigenis bij u ingang vond, in ieder opzicht rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis. Op dit punt komt gij niets te kort, terwijl gij vol verwachting uitziet naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus. Hij zal u ook doen standhouden tot het einde, zodat u geen blaam treft op de dag van onze Heer Jezus. God is getrouw, die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.