Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Vrijdag 30 Januari : Uit het 2e boek Samuël 11,1-4a.5-10a.13-17.
    on 29 januari 2026 at 20:03

    Omstreeks de jaarwisseling, wanneer de koningen te velde trekken, liet David Joab met zijn eigen lijfwacht en alle Israëlieten uitrukken; zij vernietigden de Ammonieten en sloegen het beleg voor Rabba. David zelf bleef in Jeruzalem. Op een avond stond David van zijn rustbed op en ging wat wandelen op het dakterras van het paleis. Vanaf het terras zag hij een vrouw, die aan het baden was; zij was heel mooi. David liet naar de vrouw informeren en er werd hem gezegd: “Het is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet.” Toen zond David boden om de vrouw te halen; zij kwam bij hem en hij sliep met haar. De vrouw werd zwanger, en zij liet aan David berichten: “Ik ben zwanger.” Toen zond David een boodschap aan Joab: “Stuur Uria, de Hethiet, naar mij toe.” Joab stuurde Uria naar David. Toen Uria bij hem kwam, informeerde David, hoe het met Joab ging en met het leger en met de oorlog. Daarna zei hij tot Uria: “Ga naar huis en neem een bad.” Uria verliet het paleis, waarbij een schotel van de koninklijke tafel achter hem werd aangedragen. Maar Uria overnachtte in het portaal van het paleis, bij de dienaren van zijn heer, en hij ging niet naar huis. Toen aan David gemeld werd dat Uria niet naar huis was gegaan, zei hij tot Uria: “U hebt toch een hele reis achter de rug. Waarom zijt ge dan niet naar huis gegaan?” David nodigde hem uit te eten en te drinken aan zijn tafel en hij voerde hem dronken. Toch ging Uria ‘s avonds weer slapen op zijn brits bij de dienaren van zijn heer en hij ging niet naar huis. De volgende morgen schreef David een brief aan Joab, die hij door Uria liet overbrengen. In die brief schreef hij het volgende: “Zet Uria vooraan in de strijd, waar het hevigst gevochten wordt, en trek u dan achter hem terug, zodat hij wordt getroffen en sneuvelt.” Toen zette Joab bij de belegering van de stad Uria op een bepaalde plaats, waar hij wist dat er sterke troepen stonden. De bewoners van de stad deden een uitval tegen Joab; er vielen enigen van het volk, van Davids lijfwacht; ook Uria de Hethiet vond de dood.

  • Vrijdag 30 Januari : Psalmen 51(50),3-4.5-6.7.10-11.
    on 29 januari 2026 at 20:03

    God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden. Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen. Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegen staat heb ik gedaan. Dus zijt Gij rechtvaardig in uw oordeel is het vonnis dat Gij velt gegrond. Ach met schuld belast werd ik geboren, schuldig was ik toen mijn moeder ontving. maak mij weer ontvankelijk voor blijde klanken, geef mijn gekastijde lichaam nieuwe levensmoed. Wend uw ogen af van mijn gebreken, scheld mij al mijn schulden kwijt.

  • Vrijdag 30 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 4,26-34.
    on 29 januari 2026 at 20:03

    In die tijd zei Jezus tot de menigte: 'Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait; hij slaapt en staat op, 's nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe. Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar. Zodra de vrucht het toelaat, slaat hij er de sikkel in, want het is tijd voor de oogst.' En verder: 'Welke vergelijking kunnen we vinden voor het Rijk Gods en in welke gelijkenis zullen we het voorstel­len? Het lijkt op een mosterdzaadje. Wanneer dat gezaaid wordt in de grond, is het wel het allerkleinste zaadje op aarde; maar eenmaal gezaaid, schiet het op en wordt groter dan alle tuingewassen, en het krijgt grote takken, zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.' In vele dergelijke gelijkenis­sen verkondigde Hij hun zijn leer op de wijze die zij konden verstaan. Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet tot hen, maar eenmaal met zijn leerlingen alleen, gaf Hij van alles uitleg.

  • Vrijdag 30 Januari : De brief aan Diognetus
    on 29 januari 2026 at 20:03

    Wat de ziel is in het lichaam, dat zijn de christenen in de wereld. De ziel is verspreid over alle delen van het lichaam, en de christenen over de steden van de wereld. De ziel woont wel in het lichaam, maar is niet van het lichaam; de christenen wonen in de wereld, maar zijn niet van de wereld. De onzichtbare ziel gaat schuil in een zichtbaar lichaam, en de christenen zijn wel zichtbaar in de wereld, maar hun geloof blijft onzichtbaar. Het vlees haat en bestrijdt de ziel, niet omdat het door de ziel onrecht lijdt, maar omdat het verhinderd wordt zijn lusten bot te vieren. Zo haat ook de wereld de christenen, niet omdat de wereld onrecht ondervindt, maar omdat christenen zich tegen haar genoegens verzetten. De ziel bemint het lichaam dat haar haat, en de ledematen van dat lichaam, en de christenen beminnen hun haters. De ziel is wel in het lichaam opgesloten, maar toch houdt zij het bijeen; de christenen worden wel in de wereld vastgehouden als in een kerker, maar ze houden toch de wereld bijeen. De onsterflijke ziel woont in een sterfelijk omhulsel, en de christenen wonen in deze vergankelijke wereld als in den vreemde; zij zien uit naar de hemelse onvergankelijkheid. Bij een slechte behandeling op het gebeid van eten en drinken wordt de ziel er beter van, en de christenen nemen bij alle vervolging van dag tot dag in aantal toe. God heeft hen geplaatst op een belangrijke post die zij volstrekt niet mogen verlaten.

  • Donderdag 29 Januari : Uit het 2e boek Samuël 7,18-19.24-29.
    on 29 januari 2026 at 20:03

    Nadat Natan tot David gesproken had, ging koning David het heiligdom binnen; hij zette zich neer voor de Heer en zei: “Wie ben ik, Heer God, en wat is mijn huis, dat Gij mij zover gebracht hebt? En nu is U dit alles nog niet genoeg, Heer God: ook over de toekomst van het huis van uw dienaar spreekt Gij. Is dit voor een mens wel weggelegd, Heer God? Gij hebt uw volk Israël voorgoed bevestigd als uw volk en Gij, Heer, zijt hun God. Doe daarom, Heer God, altijd het woord gestand, dat Gij gesproken hebt tot uw dienaar en tot zijn huis en handel volgens uw woord. Dan zal uw Naam voor altijd groot zijn; dan zal gezegd worden: God, de Heer van de hemelse machten is God over Israël en voor U blijft het huis van uw dienaar David in stand. Gij, God, Heer van de hemelse machten, God van Israël, Gij hebt uw dienaar geopenbaard: Ik zal u een huis bouwen. Daardoor heeft uw dienaar de moed gevonden, dit gebed tot U te richten. Welnu dan, Heer God, Gij zijt God en uw woorden zijn betrouwbaar; Gij hebt deze weldaad aan uw dienaar beloofd. Zegen dan nu het huis van uw dienaar, dat het altijd voor U mag blijven bestaan. Gij zelf, Heer God, hebt gesproken; uw rijke zegen zal voor altijd rusten op het huis van uw dienaar.