Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Woensdag 17 Juni : Uit het 2e boek der Koningen 2,1.6-14.
    on 17 juni 2026 at 00:05

    Kort voordat de Heer Elia in een stormwind ten hemel wilde opnemen, vertrok Elia van Gilgal, en Elisa ging met hem mee. Nu sprak Elia tot hem: Blijf hier; want de Heer heeft mij naar de Jordaan gezonden. Maar hij antwoordde: Zo waar de Heer leeft, en bij uw leven; ik verlaat u niet. Daarop gingen ze samen verder. Vijftig van de profetenzonen volgden hen, maar bleven in de verte staan, toen ze samen bij de Jordaan stil hielden. Nu nam Elia zijn mantel, rolde hem op, en sloeg er mee op het water. En dit verdeelde zich in tweeën, zodat zij beiden droogvoets konden oversteken. Aan de overkant aangekomen, sprak Elia tot Elisa: Doe nu een verzoek; wat moet ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen. Elisa antwoordde: Dat ik een dubbel deel van uw geest mag ontvangen. Elia sprak: Ge vraagt heel veel; maar als ge mij ziet, wanneer ik van u word weggenomen, wordt uw bede vervuld; ziet ge me niet, dan geschiedt het niet. Terwijl ze nu al sprekende verder gingen, kwam er opeens een vurige wagen met vurige paarden; ze werden van elkander gescheiden, en Elia voer in een stormwind ten hemel. Toen Elisa dit zag, riep hij uit: Vader, mijn vader; Israëls strijdwagens en ruiterij! Maar hij zag hem niet meer; en hij greep zijn klederen, en scheurde ze vaneen. Nu raapte hij de mantel op, die Elia had laten vallen, keerde terug en bleef bij de Jordaanoever staan. Daar nam hij de mantel van Elia, en sloeg er mee op het water; maar het verdeelde zich niet. Toen riep hij uit: Waar is de Heer dan toch, de God van Elia? En weer sloeg hij op het water; nu verdeelde het zich in tweeën, zodat hij kon oversteken.

  • Woensdag 17 Juni : Psalmen 31(30),20.21.24.
    on 17 juni 2026 at 00:05

    Hoe groot zijn uw weldaden, Heer, die Gij hebt bestemd voor hen die U vrezen Gij schenkt ze aan ieder die tot U komt, voor alle mensen waarneembaar. De glans van uw Aanschijn beschermt hem altijd als mensen zich tegen hem keren. Gij neemt hem op in uw tent, beschut tegen kwade tongen. Bemint dan de Heer, al zijn vromen, de Heer behoedt alwie trouw blijft aan Hem. Maar wie zich in hoogmoed tegen Hem keert betaalt Hij met woeker terug.

  • Woensdag 17 Juni : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 6,1-6.16-18.
    on 17 juni 2026 at 00:05

    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen, om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader, die in de hemel is. Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene blijve en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergel­den. Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen; voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvan­gen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt tot uw Vader die in het verborge­ne is en uw Vader die in het verborge­ne ziet, zal het u vergelden. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien,  dat gij vast, maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

  • Woensdag 17 Juni : H. kardinaal John Henry Newman
    on 17 juni 2026 at 00:05

          Zij die de onzichtbare God zoeken, zoeken Hem in hun hart en in de geheime gedachten, niet in lawaaierige woorden alsof Hij ver van hen zou zijn. Ze hebben de gewoonte om zich daar terug te trekken waar geen menselijk oog ze ziet; daar kunnen ze nederig en vol met geloof Degene ontmoeten die zich “dicht bij hun pad houdt, en hun stappen ziet”. En God die “de harten peilt” (Rm 9,27), zal ze op een dag belonen. Het gebed in het geheim gedaan, naar de wil van God, wordt bewaard als een schat in zijn Levensboek (Ps 69,29). Misschien dat dit gebed hierbeneden een antwoord vraagt en het niet vindt? Maar God herinnert het zich altijd; op de laatste dag wanneer alle boeken geopend zijn (Dn 7,10; Ap 20,12), zal dat gebed ontsluierd worden en beloond worden voor de hele wereld…       Wij weten goed dat we er tot op zekere hoogte aan gehouden worden om te bidden en te mediteren gedurende de hele dag (Lc 18,1); maar… moeten we niet ook op zekere vastgestelde uren van de dag bidden?... Zelfs als de getijden en de precieze formules niet absoluut noodzakelijk zijn voor het persoonlijke gebed, zijn ze een grote hulp of liever, zijn ze ons aanbevolen door de Heer als Hij zegt: “Als je bidt, trek je dan terug in je huis…” Zelfs onze Heer had privé momenten van eenheid met God. Zijn gedachten waren een voortdurende goddelijke dienst aan zijn Vader, maar wij lezen dat Hij "de berg opging, in afzondering om te bidden” en dat Hij “een nacht biddend tot God doorbracht” (Mt 14,23; Lc 6,12).       Het is nodig om aan te dringen op deze plicht om de precieze momenten van persoonlijk gebed te respecteren, omdat te midden van de zorgen en de spanningen van het leven, wij de neiging hebben om ze te verwaarlozen, en die taak is belangrijker dan men gewoonlijk denkt, zelfs bij hen die deze plicht uitvoeren.

  • Dinsdag 16 Juni : Uit het 1e boek der Koningen 21,17-29.
    on 17 juni 2026 at 00:05

    Na de dood van Nabot kwam het woord van de Heer tot Elia de Tisbiet: Sta op en ga naar Achab, den koning van Israël, die te Samaria woont; hij is in de wijngaard van Nabot, die hij in bezit is gaan nemen. Zeg tot hem: Zo spreekt de Heer! Komt ge na de moord de erfenis in bezit nemen? Zo spreekt de Heer! Op de plaats, waar de honden het bloed van Nabot hebben gelikt, zullen ze ook het uwe oplikken. Maar Achab snauwde Elia toe: Weet mijn vijand mij weer te vinden? Hij antwoordde: Ja; maar enkel omdat ge u vermeten hebt, kwaad te doen in de ogen van de Heer. En nu, zo spreekt de Heer! Ik zal onheil over u brengen en u wegvagen; al wat man is in Achabs huis, slaaf of vrije, zal Ik uit Israël verdelgen. Met uw huis zal Ik handelen als met het huis van Jeroboam, de zoon van Nebat, en als met het huis van Baësa, de zoon van Achia, omdat ge Mij hebt getergd en Israël tot zonde hebt verleid. En tot Jizebel spreekt de Heer: De honden zullen Jizebel verslinden op de open plaats voor Jizreël! Sterft er iemand van Achab in de stad, dan zullen de honden hem verslinden; en sterft iemand van hem op het land, dan zullen de vogels uit de lucht het doen! Want nooit heeft iemand zich als Achab vermeten, om kwaad te doen in de ogen van de Heer, hiertoe verleid door Jizebel, zijn vrouw; schandelijk heeft hij zich gedragen door waangoden te dienen, juist zoals de Amorieten deden, die de Heer voor Israël heeft verjaagd. Toen Achab deze bedreiging vernam, scheurde hij zijn klederen, trok een boetekleed aan en vastte; hij legde zich zelfs in het boetekleed te ruste, en liep peinzend rond. Nu werd het woord van de Heer tot Elia de Tisbiet gericht: Hebt gij gezien, hoe Achab zich voor Mij heeft vernederd? Omdat hij zich voor Mij heeft vernederd, zal Ik hem het onheil niet tijdens zijn leven overzenden, maar onder zijn zoon zal Ik het over zijn huis doen neerkomen.