Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Dinsdag 7 April : Uit de Handelingen der apostelen 2,36-41.
    on 7 april 2026 at 17:15

    Op Pinksteren sprak Petrus tot de Joden: Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan, dat God Jezus en Heer en Christus heeft gemaakt, die Jezus, die gij gekrui­sigd hebt.' Toen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de overige apostelen: 'Wat moeten we doen, mannen broeders?' Petrus gaf hun ten antwoord: 'Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvan­gen. Want die belofte geldt u, uw kinderen en allen die verre zijn, zovelen de Heer onze God roepen zal.' Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af, en hij vermaande hen: 'Redt u uit dit ontaarde geslacht.' Die zijn woord aannamen lieten zich dopen, zodat op die dag ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.

  • Dinsdag 7 April : Psalmen 33(32),4-5.18-19.20.22.
    on 7 april 2026 at 17:15

    Oprecht is immer het woord van de Heer, en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid. Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen, dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden. Daarom vertrouwt ons hart op de Heer, is Hij ons een schild en een helper. Geef ons dus, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen.

  • Dinsdag 7 April : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 20,11-18.
    on 7 april 2026 at 17:15

    In die tijd Maria stond buiten bij het graf te schreien. En al schreiend boog zij zich naar het graf toe en zag op de plaats waar Jezus' lichaam gelegen had, twee in het wit geklede engelen zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde. Zij spraken haar aan: 'Vrouwe, waarom schreit ge?' Zij antwoordde: 'Zij hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben neerge­legd.' Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: 'Vrouw, waarom schreit ge? Wie zoekt ge?' In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: 'Heer, mocht gij Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar ge Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.' Daarop zei Jezus tot haar: 'Maria!' Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: 'Rabboeni!' ‑ wat leraar betekent. Toen sprak Jezus: 'Houd mij niet vast, want Ik ben nog niet opgestegen naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.' Maria Magdalena ging aan de leerlingen berichten dat zij de Heer gezien had, en wat Hij haar gezegd had.

  • Dinsdag 7 April : H. Maximilianus van Turijn
    on 7 april 2026 at 17:15

          Na de verrijzenis zocht Maria Magdalena de Heer bij het graf. Ze vergat zijn belofte om na de derde dag terug te komen uit de hel en ze dacht dat Hij een gevangene van de aarde was... Met een nederig en onwetend geloof zocht ze wat ze niet wist, ze was vergeten wat men haar had geleerd. Ze is snel met het vereren, maar haar geloof is onvolmaakt. Ze maakt zich bezorgd om de wonden die de Heer in zijn vlees draagt, maar twijfelt over de heerlijkheid van zijn verrijzenis. Ze huilt omdat ze Christus liefheeft, ze is gekweld omdat ze zijn lichaam niet heeft gevonden; ze verbeeldt zich dat degene die reeds heerst, dood is.       Men verwijt Maria dus dat ze te traag in het geloof was (Lc 24,5v). Ze had de Heer pas laat herkend. Daarom zegt de Verlosser tegen haar: "Raak me niet aan, want Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader"... Dat wil zeggen, waarom wil je me aanraken, jij zocht me in de graven en gelooft nog steeds niet dat Ik naar de Vader ben opgegaan, jij zocht me in het verblijf van de doden en twijfelt dat Ik terug in de hemel ben; jij zocht me onder de doden en verwachtte me niet te zien naast God, mijn Vader? "Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader", zegt Hij, dat wil zeggen : voor jou ben Ik nog niet naar de Vader opgestegen, Volgens jouw geloof ben Ik nog altijd in het graf...       Degene die de Heer wil aanraken moet Hem eerst, in zijn geloof, aan de rechterzijde van God plaatsen: zijn hart, in plaats van Hem onder de doden te zoeken, moet men Hem in de hemel plaatsen. De Heer gaat op naar de Vader, Hij weet dat Hij altijd in de Vader is... "Het Woord was bij God, en het woord was God" (Joh 1,1)... Paulus leert ons hoe ook de Verlosser in de hemel te zoeken, door te zeggen: "Zoek de dingen van boven, daar waar Christus zich bevindt, gezeten aan de rechterzijde van God". En om ons volledig de zoektocht van Maria op aarde te laten vergeten, voegt hij er aan toe: "Denk aan de dingen van boven, niet aan die van de aarde" (Kol 3,1-2). Het is dus niet op aarde, niet onder de aarde, niet naar het vlees moeten we de Verlosser zoeken, als we Hem willen vinden en Hem aanraken, maar in de heerlijkheid van zijn majesteit.

  • Maandag 6 April : Uit de Handelingen der apostelen 2,14.22-33.
    on 7 april 2026 at 17:15

    Op Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf en verhief zijn stem om het woord tot hen te richten: 'Gij allen, joodse mannen en bewoners van Jeruza­lem, weet dit wel en luistert aandachtig naar mijn woorden. Mannen van Israel, luistert naar deze woorden: Jezus de Nazoreeer was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht. Hem, die volgens Gods vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de smarten van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David: De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechter­hand, opdat ik niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet over zult laten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien. Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen, Gij zult mij met vreugde vervul­len voor uw aanschijn. Mannen broeders, ik mag wel vrijuit tot u zeggen van de aartsva­der David, dat hij gestorven en begraven is; we hebben immers zijn graf bij ons tot op deze dag. Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelin­gen op zijn troon zou doen zetelen, zei hij met een blik in de toekomst over de verrijze­nis van Christus, dat Hij niet is overgelaten aan het dodenrijk en dat zijn lichaam het bederf niet heeft gezien. Deze Jezus heeft God doen verrijzen en daarvan zijn wij allen getuigen. Verheven aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en Deze uitgestort, zoals gij ziet en gij hoort.