Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Donderdag 17 September : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 15,1-11.
    on 17 september 2026 at 03:23

    Broeders en zusters, ik vestig uw aandacht op het evange­lie dat ik u heb verkondigd, dat gij hebt ontvangen, waarop gij gegrondvest zijt en waardoor gij ook gered wordt: in welke bewoor­dingen heb ik het u verkon­digd? Ik neem aan dat gij die onthouden hebt; anders zoudt gij het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. In de eerste plaats dan heb ik u overgele­verd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestor­ven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de Twaalf. Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhon­derd broeders tegelijk, van wie de meesten nog in leven zijn, hoewel sommigen zijn gestorven. Vervol­gens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. En het laatst van allen is Hij ook versche­nen aan mij, de misgeboorte. Ja, ik ben de minste van de apostelen, niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd. Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest. Ik heb harder gewerkt dan alle anderen, niet ik, maar de genade van God met mij. Maar of zij het nu zijn of ik, dat verkondigen wij en dat hebt gij geloofd.

  • Donderdag 17 September : Psalmen 118(117),1-2.16ab-17.28.
    on 17 september 2026 at 03:23

    Loof de Heer, want Hij is goed, eindeloos is zijn erbarmen. Herhaalt het, stammen van Israël eindeloos is zijn erbarmen! de hand van de Heer was machtig. de hand van de Heer was machtig. Ik zal niet sterven, maar blijven leven en alom verhalen het werk van de Heer. Mijn God zijt Gij en ik dank U, mijn God, ik verkondig uw roem.

  • Donderdag 17 September : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 7,36-50.
    on 17 september 2026 at 03:23

    Een van de Farizeeën vroeg Jezus eens bij zich te eten. Hij trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen. Een vrouw nu die in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen, dat Jezus in het huis van de Farizeeer te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten, staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. Toen de Farizeeer die Hem uitgenodigd had dit zag, zei hij bij zichzelf: 'Als dit een profeet was zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares.' Jezus gaf hem ten antwoord: 'Simon, Ik heb u iets te zeggen,' waarop deze zei: 'Zeg het, Meester.' 'Een geldschieter had twee schuldenaars, de een was hem vijfhonderd, de ander vijftig denarien schuldig. Omdat zij die niet konden terugge­ven, schold hij ze aan allebei kwijt. Wie van hen zal nu het meest van hem houden?' 'Ik veronderstel,' antwoordde Simon, 'diegene aan wie hij het meeste heeft kwijtgeschol­den.' Jezus zei tot hem: 'Uw oordeel is juist.' Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: 'Ge ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; gij hebt niet eens water over mijn voeten gegoten, maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij heeft ze met haar haren afgedroogd. Gij hebt Mij niet eens een kus gegeven, maar zij hield, sinds Ik binnenkwam, niet op mijn voeten te kussen. Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met balsem. Daarom zeg Ik u: haar zonden zijn haar vergeven, al waren ze vele, want zij heeft veel liefde betoond. Aan wie weinig wordt vergeven, hij betoont weinig liefde.' Daarop sprak Hij tot haar: 'Uw zonden zijn vergeven.' De medeaanlig­genden vroegen zich af: 'Wie is deze man, die zelfs zonden vergeeft?' Jezus zei tot de vrouw: 'Uw geloof heeft u gered: ga in vrede.'

  • Donderdag 17 September : Homilie toegekend aan H. Macarius van Egypte
    on 17 september 2026 at 03:23

          Laten we onze God en Heer ontvangen, de ware geneesheer die de enige is die in staat is om onze ziel te genezen door bij ons te komen, Hij heeft zoveel moeite voor ons gedaan. Hij klopt onophoudelijk aan de deur van ons hart opdat we voor Hem open doen, opdat Hij binnen kan komen, en in onze ziel kan rusten, dat wij Hem de voeten wassen en Hem met parfum overdekken, en dat Hij bij ons komt wonen. Jezus beschuldigt immers degene die Hem niet de voeten heeft gewassen en elders zegt Hij: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen” (Ap3,20). Daarom immers heeft Hij zoveel lijden verdragen, heeft Hij zijn lichaam aan de dood uitgeleverd, en ons vrijgekocht van de slavernij: dat is om in onze ziel te komen en er zijn woning van te maken.       Daarom zei de Heer tegen degenen die bij het oordeel aan de linkerkant zullen zijn en naar de hel gestuurd worden: “Ik was vreemdeling en u hebt Mij niet gehuisvest; Ik had honger en u hebt Mij niet te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij niet te drinken gegeven” (Mt 25,42v). Want zijn voedsel, zijn drank, zijn kleding, zijn dak, zijn rustplaats is in ons hart. Daarom klopt Hij onophoudelijke en wil bij ons binnenkomen. Laten we Hem ontvangen en brengen wij Hem bij ons binnen, want Hij is ook ons voedsel, onze drank en ons eeuwige leven.       En elke ziel die Hem nu niet ontvangt in zijn binnenste, zodat Hij rust kan vinden of liever zodat zij in Hem kan rusten, zal niet het Koninkrijk der hemelen erven met de heiligen en zal niet de hemelse stad kunnen binnengaan. Maar U, Heer Jezus Christus, maak dat wij er binnen kunnen gaan, wij verheerlijken uw naam met de Vader en de heilige Geest in alle eeuwen. Amen.      

  • Woensdag 16 September : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 12,31.13,1-13.
    on 17 september 2026 at 03:23

    Broeders en zusters, gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets. De liefde is lankmoedig en goedertie­ren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles ver­draagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer. De gave der profetie zal ver­dwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen. Want ons kennen is stukwerk en stukwerk ons profeteren. Maar wanneer het volmaak­te komt, heeft het onvolmaakte afgedaan. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; nu ik man geworden ben, heb ik het kinderlijke afgelegd. Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals ik zelf gekend ben. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste.