Broeders en zusters, wij bevelen u, in de naam van de Heer Jezus Christus, iedere broeder te mijden die arbeid schuwt en niet leeft volgens de overlevering die gij van ons hebt ontvangen. Hoe gij ons moet navolgen, is u bekend; wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood om niets gegeten. dag en nacht hebben wij gearbeid, met veel inspanning en moeite, om niemand van u tot last te zijn. Niet dat wij er geen recht toe hebben, maar wij wilden een voorbeeld geven ter navolging. Ook toen wij bij u waren, hielden wij u telkens deze regel voor: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. De Heer van de vrede, Hij geve u de vrede, altijd en op allerlei wijzen. De Heer zij met u allen. Deze groet schrijf ik, Paulus met eigen hand. Dit is een waarmerk in elke brief. Zo is mijn handschrift. De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen.
Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer en de weg gaat die Hij wijst: Je zult eten wat je werk opbrengt, geluk en voorspoed vallen je toe. Ja, zo wordt gezegend de man die ontzag heeft voor de Heer. Ontvang de zegen van de Heer uit Sion, verheug je in de voorspoed van Jeruzalem, alle dagen van je leven.
In die tijd sprak Jezus: Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij lijkt op gekalkte graven die er van buiten wel mooi uitzien, maar van binnen vol zijn met doodsbeenderen en allerhande onreinheid. Zo ziet ook gij van buiten er voor de mensen wel uit als heiligen, maar van binnen zijt gij vol huichelarij en ongerechtigheid. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij bouwt de graven van profeten en versiert de grafmonumenten van heiligen en gij zegt: Als wij geleefd hadden in de tijd van onze vaderen, zouden wij niet medeplichtig geweest zijn aan moord op de profeten. Gij getuigt dus tegen uzelf, dat gij zonen zijt van profetenmoordenaars. Nu dan, maakt gij de maat van uw vaderen maar vol!
"Scheur uw harten, zegt de profeet, en niet uw kleding". Wie onder u heeft een wil die onderhevig is aan koppigheid? Dat hij zijn hart scheurt met het zwaard van de Heilige Geest dat niets anders is dan het Woord van God. Dat Hij het scheurt en het werkelijk tot stof maakt, want men kan zich slechts tot de Heer bekeren met een gebroken hart... Luister naar een mens die God vond in zijn hart: "Mijn hart is gereed, Heer, mijn hart is gereed". Hij is klaar voor tegenspoed en hij is klaar voor voorspoed, hij is gereed voor nederige zaken en voor verheven zaken, hij is klaar voor hetgeen U zult bevelen..."Mijn hart is gereed, Heer, mijn hart is gereed". Wie is net als David, gereed om uit te gaan en in te gaan en te lopen volgens de wil van de Koning? David zei nog, naar aanleiding van de zondaars: “Verhard is hun hart, toegesloten; mij - hoe brengt mij uw wet in vervoering!” De hardheid van hart, de koppigheid van de geest komen van dat we mediteren over onze eigen wil in plaats van te mediteren over de Wet van God. (Bijbelse referenties: Jl 2,13; Ef 6,17; Ps 51,19; 1Sam 13,14; Ps 56,8; 2Sam 5,2, Ps 119,70)
Broeders en zusters, wij moeten u verzoeken, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze hereniging met Hem, niet zo gauw uw bezinning te verliezen en u niet te laten opschrikken door profetieen, uitspraken of brieven die van ons afkomstig zouden zijn, en die beweren dat de dag van de Heer is aangebroken. Laat u door niemand iets wijsmaken! Eerst moet de grote afval komen en de goddeloze mens zich openbaren, de zoon des verderfs, Daartoe heeft Hij u geroepen door onze verkondiging van het evangelie, opdat gij de heerlijkheid van onze Heer Jezus Christus zoudt verwerven. Dus, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen waarin gij door ons, hetzij mondeling hetzij schriftelijk, zijt onderwezen. Moge onze Heer Jezus Christus zelf, moge God, onze Vader, die ons zijn liefde heeft betoond en ons in zijn genade eeuwige troost en blijde hoop heeft geschonken, uw harten bemoedigen en sterken met alle goeds in woord en daad.