Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 20 Juni : Uit het 2e boek der Kronieken 24,17-25.
    on 20 juni 2026 at 08:05

    Na de dood van de priester Jojada kwamen aanzienlijken van Juda en betuigden koning Joas hun hulde. En de koning luisterde naar hen. In die dagen verwaarloosde het volk de tempel van de Heer, de God van hun vaderen, en het vereerde heilige palen en afgodsbeelden. Om deze zonde kwam een hevig toorn over Juda en Jeruzalem. De Heer stuurde profeten op hen af om hen tot inkeer te brengen; dezen waarschuwden hen, maar zij wilde niet luisteren. Toen kwam de geest van God over Zekarja, de zoon van Jojada, de priester. Hij ging voor het volk staan en sprak tot hen: Zo spreekt God: Waarom overtreedt gij de geboden van de Heer zonder enig voordeel daarbij te vinden? Omdat gij de Heer in de steek gelaten hebt, heeft Hij u in de steek gelaten. Maar het volk spanden tegen Zekarja en op bevel van de koning stenigden zij hem in de voorhof van de tempel van de Heer. Zo weinig dacht de koning Joas aan alle weldaden die Jojada hem bewezen had, dat hij diens zoon Zekarja liet vermoorden. Stervend riep deze nog: de Heer moge het zien en het wreken. Bij de jaarwisseling rukte het leger der Arameeën tegen Joas uit; ze trokken Juda en Jeruzalem binnen, brachten de aanzienlijken van het volk om het leven, en stuurde alles wat zij buit gemaakt hadden naar de koning van Damascus. Want ofschoon het leger der Arameeën slechts uit weinigen bestond, liet de Heer hun zeer veel buit in handen vallen, omdat zij de Heer, de God van hun vaderen, in de steek gelaten hadden. Ook aan Joas voltrokken zij het strafgericht. Want toen zij hem met hevige pijnen hadden achtergelaten, zwoeren zijn hovelingen tegen hem samen om het bloed van Jojada's zoon te wreken. Zij vermoorden hem in zijn bed. Hij werd begraven in de Davidstad, maar niet in de graven der koningen.

  • Zaterdag 20 Juni : Psalmen 89(88),4-5.29-30.31-32.33-34.
    on 20 juni 2026 at 08:05

    Ik heb met David een verbond gesloten, mijn uitverkoren dienaar met een eed beloofd: Ik zal uw nageslacht in stand houden voor eeuwig, in alle tijden blijft uw troon bestaan. Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade, voor immer blijft mijn bond met hem van kracht Ik zal aan zijn geslacht geen einde maken, noch aan zijn troon, zolang de hemel dagen heeft. Indien zijn zonen ontrouw worden aan mijn wet en niet meer leven volgens mijn geboden, Indien zij mijn verordeningen schenden, aan mijn bevelen niet voldoen; Dan zal Ik hun vergrijpen met de roede straffen, met slagen hen doen boeten voor hun schuld Maar hem zal Ik mijn gunst niet ontnemen, aan wat Ik beloofd heb blijf Ik trouw.

  • Zaterdag 20 Juni : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 6,24-34.
    on 20 juni 2026 at 08:05

    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Niemand kan twee heren dienen: hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhan­gen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon. Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten en wat ge zult drinken, en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam niet meer dan de kleding? Let eens op de vogels in de lucht: ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren, maar uw hemelse Vader voedt ze. Zijdt gij dan niet veel meer dan zij? Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben aan zijn levensweg een el toe te voegen? En wat maakt gij u zorgen over kleding? Kijkt naar de lelien in het veld: hoe ze groeien. Ze arbeiden noch spinnen. Toch zeg Ik u: Zelfs Salomo in al zijn pracht was niet gekleed als een van hen. Als God nu het veldgewas dat er vandaag nog staat en morgen in de oven wordt geworpen, zo kleedt, hoeveel te meer dan u, kleinge­lovigen? Maakt u dus geen zorgen over de vraag: wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken? Want dat alles jagen de heidenen na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt. Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerech­tigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden. Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.

  • Zaterdag 20 Juni : H. Catharina van Siëna
    on 20 juni 2026 at 08:05

    [De heilige Catharina hoorde God tot haar zeggen:] Hoe kan de mens weigeren te geloven dat Ik voor hem zal zorgen — hem die Ik naar mijn beeld en gelijkenis heb geschapen—wanneer hij ziet dat Ik de worm in het droge hout voed en bewaar, voedsel geef aan de dieren van het veld, aan de vissen van de zee, aan de vogels in de lucht, aan alle levende wezens op aarde? Ik laat mijn zon schijnen over de planten en verspreid over hen de dauw die vruchtbaar maakt. Is niet alles gemaakt tot zijn dienst? Mijn goedheid heeft niets geschapen zonder aan hem te denken. Van welke kant hij zich ook wendt, zowel in het geestelijke als in het tijdelijke, vindt hij niets anders dan de vurige afgrond van mijn liefde, gedragen door mijn grote, zachte en volmaakte voorzienigheid. Maar hij ziet het niet, omdat hij zich van het licht heeft beroofd en niet wil zien. Daarom neemt hij aanstoot aan beproevingen, beperkt hij zijn naastenliefde, wordt hij gierig en maakt hij zich zorgen over de dag van morgen, alsof mijn Waarheid het hem niet had verboden toen zij zei: “Maak u geen zorgen over de dag van morgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last” (Mt. 6,34)! Zo verweet Hij u uw gebrek aan vertrouwen, door u mijn voorzienigheid en de kortheid van de tijd voor ogen te stellen. Maak u geen zorgen over morgen, zei Hij. Het is alsof Hij zei: maak u geen zorgen over wat u misschien niet zult hebben; het is genoeg dat u zorgt voor de dag van vandaag. Hij leerde u eerst het Koninkrijk der hemelen te zoeken, dat wil zeggen een goed en heilig leven. Wat deze kleine dingen betreft: Ik weet, Ik, uw hemelse Vader, dat u ze nodig hebt, want Ik heb ze voor u gemaakt, en het is voor u dat Ik de aarde heb bevolen haar vruchten voort te brengen.

  • Vrijdag 19 Juni : Uit het 2e boek der Koningen 11,1-4.9-18.20.
    on 20 juni 2026 at 08:05

    Toen Atalja, de moeder van Achazja, bemerkte dat haar zoon dood was, bracht zij alle afstammelingen van de koning om het leven. Maar Joas, een zoon van koning Achazja, werd door Joseba, de dochter van koning Joram en zuster van Achazja, heimelijk tussen de koningszonen, die zouden gedood worden, uitgehaald. Zij hield hem met zijn voedster op de slaapzaal voor Atalja verborgen; zo bleef hij gespaard. Hij bleef zes jaar lang bij haar verborgen in de tempel van de Heer, terwijl Atalja over het land regeerde. In het zevende jaar ontbood de priester Jojada de honderdmannen van de Kariërs en van de lijfwacht. Hij liet ze bij zich komen in de tempel van de Heer, sloot met hen een verbond en liet hen een eed afleggen in de tempel van de Heer. Toen toonde hij hun de zoon van de koning. De honderdmannen voerden de bevelen van de priester Jojada nauwkeurig uit. Ieder nam zijn mannen mee, zowel degenen die op sabbat moesten aantreden als degenen die op sabbat moesten inrukken, en meldde zich bij de priester Jojada. Deze gaf aan de honderdmannen de lansen en schilden van koning David, die in de tempel van de Heer bewaard werden. De lijfwacht stelde zich man aan man op met de wapens in de hand, van de rechtervleugel van het gebouw tot aan de linkervleugel, naar het altaar en het gebouw gekeerd, aldus een kring vormend. Jojada leidde daarop Joas, de zoon van de koning, naar buiten, zette hem de diadeem op, reikte hem de oorkonde over, verhief hem tot koning en zalfde hem. De soldaten klapten in de handen en riepen: “Leve de koning.” Toen Atalja het gejuich hoorde van de lijfwacht en het volk in de tempel van de Heer, begaf zij zich daarheen. En daar zag zij de koning volgens gebruik op de verhoging staan, omringd door de bevelhebbers en de trompetters en door al het volk van het land dat juichte en op de trompet blies. Toen scheurde Atalja haar kleren en riep: “Verraad! Verraad!” Daarop gaf de priester Jojada aan de honderdmannen, de commandanten van het leger, het bevel: 'Leidt haar buiten het kordon. Doodt met het zwaard al wie haar volgt'. Want de priester had gezegd, dat zij niet gedood mocht worden in de tempel van de Heer. Zij namen haar gevangen en toen zij door de Paardenpoort het koninklijk paleis bereikt hadden, werd zij daar gedood. Nu bracht Jojada een verbond tot stand tussen de Heer, de koning en het volk, waardoor het weer het volk van de Heer zou worden, alsmede tussen de koning en het volk. Daarna trok het volk van het land naar de tempel van Baal; zij sloegen zijn altaren stuk, verbrijzelden de beelden en doodden de Baälpriester Mattan voor de altaren. Maar de priester Jojada plaatste wachtposten voor de tempel van de Heer. Het volk van het land verheugde zich en de stad hield zich rustig. Atalja had men in het koninklijk paleis met het zwaard gedood.