Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Dinsdag 19 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 20,17-27.
    on 19 mei 2026 at 20:53

    In die dagen zond Paulus vanuit Milete een bode naar Efeze om de oudsten van die Kerk te ontbieden. Toen zij bij hem aangekomen waren, sprak hij hen aldus toe: 'Gij weet hoe ik vanaf de eerste dag dat ik in Asia kwam, al die tijd onder u heb geleefd; hoe ik de Heer in alle nederigheid heb gediend, onder tranen en in beproevingen die mij overkwa­men door de aanslagen der Joden; hoe ik niets wat nuttig kon zijn heb nagela­ten u te verkondigen en te leren in het openbaar en bij u thuis, terwijl ik Joden en Grieken bezwoer zich te bekeren tot God en te geloven in onze Heer Jezus. En nu bevind ik mij, gebonden door de Geest als ik ben, op weg naar Jeruzalem, zonder dat ik weet wat mij daar zal overkomen; alleen verzekert mij de heilige Geest van stad tot stad, dat boeien en kwellingen mij wachten. Maar aan mijn leven hecht ik voor mijzelf niet de minste waarde, als ik mijn loopbaan maar ten einde breng en de taak die ik van de Heer Jezus ontvangen heb om getuigenis af te leggen van het Evange­lie van Gods genade. En nu weet ik, dat gij mijn gelaat niet meer zult zien, gij allen bij wie ik rondgegaan ben om het Koninkrijk te prediken. Daarom verzeker ik u op de dag van heden, dat ik onschul­dig ben aan het bloed van wie ook, want ik heb niet nagelaten om u Gods raads­besluit in zijn volle omvang te verkondigen.

  • Dinsdag 19 Mei : Psalmen 68(67),10-11.20-21.
    on 19 mei 2026 at 20:53

    Een voedzame regen kwam neer uit de hemel, uw uitgeput erfdeel hebt Gij verkwikt. Uw kudde heeft daar zijn rustplaats gevonden, die Gij in uw goedheid voor haar hadt bereid. De Heer zij geloofd, dag aan dag: Hij draagt onze lasten, de God van ons heil. Want onze God is een God die verlost, de Heer onze God ontrukt aan de dood.

  • Dinsdag 19 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 17,1-11a.
    on 19 mei 2026 at 20:53

    In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en zei: 'Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwig leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus. Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen. Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geeft Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond. Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoor­den ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt van U komt. Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meege­deeld, en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. Al het mijne is van U en het uwe is van Mij. Zo ben Ik in hen verheerlijkt. Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom.

  • Dinsdag 19 Mei : H. kardinaal John Henry Newman
    on 19 mei 2026 at 20:53

          De terugkeer van Christus naar zijn Vader is tegelijk een bron van lijden, omdat het zijn afwezigheid betekent en bron van vreugde omdat het zijn aanwezigheid betekent. Uit de leer van de Verrijzenis en van zijn Hemelvaart komen deze christelijke paradoxen voort die vaak in de Schrift worden genoemd: wij zijn bedroefd, maar zonder te stoppen ons te verheugen, “we bezitten niets maar toch hebben we alles” (2Kor 6,10).       Zo is immers  onze huidige toestand: we hebben Christus verloren en we hebben Hem gevonden; wij zien Hem niet en toch onderscheiden we Hem. Wij grijpen zijn voeten vast (Mt 28,9), maar Hij zegt tegen ons: “Houd Me niet vast” (Joh 20,17). Waarom? Omdat wij de voelbare en waarneembare waarneming van zijn persoon hebben verloren; we kunnen Hem niet zien, horen, met Hem spreken, Hem van plaats tot plaats navolgen; maar we verheugen ons geestelijk, immaterieel, innerlijk, mentaal en werkelijk om zijn zicht en zijn bezit: een werkelijker en meer aanwezig bezit dan dat waarover de apostelen zich verheugden tijdens zijn lichamelijke dagen, juist omdat ze geestelijk is, juist omdat ze onzichtbaar is.       Wij weten in deze wereld dat hoe dichter iets bij ons is, hoe minder we het kunnen waarnemen en begrijpen. Christus is zo dichtbij ons gekomen in de christelijke Kerk, dat als ik het zo mag zeggen, wij onze blik niet op Hem kunnen richten en Hem niet kunnen onderscheiden. Hij gaat ons binnen, en neemt bezit van de erfenis die Hij heeft verworven. Hij toont zich niet aan ons, maar Hij neemt ons met zich mee. Hij maakt ons tot zijn ledematen. (...) Wij zien Hem niet; wij kennen zijn tegenwoordigheid slechts door het geloof, omdat Hij boven ons is en in ons. Zo lijden we omdat we onbewust zijn van zijn aanwezigheid (...) , en wij verheugen ons omdat wij weten dat we Hem bezitten: “U hebt Hem lief zonder hem ooit gezien te hebben; en zonder Hem nu te zien gelooft u in Hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde, omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding” (1P 1,8-9).

  • Maandag 18 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 19,1-8.
    on 19 mei 2026 at 20:53

    Terwijl Apollos in Korinte was, kwam Paulus na zijn reis door het binnen­land in Efeze. Daar ontmoette hij enige leerlingen, aan wie hij vroeg: 'Hebt gij de heilige Geest ontvangen toen ge het geloof hebt aangeno­men?' Zij antwoordden: 'Wij hebben niet eens gehoord dat er een heilige Geest bestaat.' Toen zei hij: 'Hoe zijt ge dan gedoopt?' Ze ant­woordden: 'Met het doopsel van Johannes.' Paulus hernam: 'Johannes diende een doopsel toe ten teken van bekering, maar zei aan het volk, dat ze moesten geloven in Wie na hem kwam, dat is Jezus.' Toen zij dit gehoord hadden, lieten zij zich dopen in de naam van de Heer Jezus. Nadat Paulus hun de handen had opgelegd, kwam de heilige Geest over hen; ze spraken in talen en profeteerden. Bij elkaar waren het een man of twaalf. Hij ging naar de synagoge, waar hij gedurende drie maanden vrijmoedig optrad en hen door zijn uiteenzettingen over het Konink­rijk Gods trachtte te overtuigen.