Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Dinsdag 13 Januari : Uit het 1e boek Samuël 1,9-20.
    on 13 januari 2026 at 06:30

    Nadat Hanna en Elkanan in Silo gegeten en gedronken hadden, ging Hanna naar het heiligdom van de Heer. De priester Eli zat daar op een zetel tegen de deurpost. Diep bedroefd bad Hanna tot de Heer. In tranen legde ze een gelofte af: ‘Heer van de hemelse machten, ik smeek U, heb toch oog voor mijn ellende. Denk aan mij, uw dienares, vergeet mij niet. Schenk mij een zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven aan U: nooit zal zijn haar worden afgeschoren.’ Terwijl Hanna zo lang bad, keek Eli opmerkzaam naar haar mond. Ze bad namelijk in stilte: haar lippen bewogen wel, maar haar stem was niet te horen. Daarom dacht Eli dat ze dronken was. Hij sprak haar aan en vroeg: ‘Gaat dit nog lang zo duren? Als u dronken bent, ga dan uw roes uitslapen!’ ‘U vergist u, heer,’ antwoordde Hanna. ‘Ik heb geen wijn of andere drank gedronken. Nee, ik ga gebukt onder een zwaar verdriet en stort mijn hart uit bij de Heer. Denk niet dat ik een slechte vrouw ben; ik bid zo lang omdat ik overstelpt ben door droefheid en ellende.’ ‘Ga dan in vrede,’ antwoordde Eli. ‘De God van Israël zal u geven waar u om hebt gevraagd.’ ‘Ik dank u voor uw vriendelijkheid,’ zei Hanna, en ze ging terug naar haar familie. Haar gezicht was opgeklaard en ze at ook weer. De volgende morgen vroeg bogen ze zich neer voor de Heer, waarna ze zich op de terugreis begaven. Thuis in Rama sliep Elkana met zijn vrouw Hanna, en de Heer verhoorde haar. Hanna werd zwanger en na verloop van tijd baarde ze een zoon. Ze noemde hem Samuël, ‘want,’ verklaarde ze, ‘ik heb hem aan de Heer gevraagd.’

  • Dinsdag 13 Januari : Uit het 1e boek Samuël 2,1.4-5.6-7.8abcd.
    on 13 januari 2026 at 06:30

    De Heer doet mijn hart van vreugde slaan mijn God heeft mijn hoofd omhoog geheven. Nu sta ik mijn medebedingers te woord omdat ik zijn bijstand geniet. De bogen der dapperen worden gebroken de zwakken worden met kracht omgord. De rijken moeten hun brood gaan verdienen die honger leed hoeft geen werk meer te doen De kinderloze baart er zeven, de schoot van de moeder verdort. De Heer beschikt over sterven en leven, Hij leidt naar de dood en roept weer terug. De Heer schenkt armoede evenals rijkdom vernedering brengt Hij en eer. Hij de onmachtige uit het stof verheft uit het vuil de geringe; Hij geeft hem een zetel onder de vorsten. Want Hij is de Heer van de zuilen der aarde waarop Hij de aardschijf heeft geplaatst.

  • Dinsdag 13 Januari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 1,21b-28.
    on 13 januari 2026 at 06:30

    In die tijd kwam Jezus en zijn leerlingen in Kafar­naum, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge, waar Hij als leraar optrad. De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit. Er bevond zich in hun synago­ge juist een man die in de macht was van een onreine geest en luid begon te schreeuwen. 'Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken? Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet, wie Gij zijt: de heilige Gods.' Jezus voegde hem dreigend toe: 'Zwijg stil en ga uit hem weg.' De onreine geest schudde hem heen en weer, gaf nog een luide schreeuw en ging uit hem weg. Allen stonden zo verbaasd, dat ze onder elkaar vroegen: 'Wat betekent dat toch? Een nieuwe leer met gezag! Hij geeft bevel aan de onreine geesten en ze gehoorzamen Hem.' Snel verspreidde zijn faam zich naar alle kanten over heel de streek van Galilea.

  • Dinsdag 13 Januari : H. Bonaventura
    on 13 januari 2026 at 06:30

          Het is niet mogelijk om tot zekerheid van het geopenbaarde geloof te komen, behalve door de komst van Christus in de geest. Hij komt vervolgens in het vlees als een woord dat alle profetische woorden bevestigt, vandaar dat er in de brief aan de Hebreeën staat: "Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij tot ons gesproken door zijn Zoon" (1,1-2). Want Christus is immers het Woord van de almachtige Vader, wij kunnen dit hier lezen: "Zijn woord is wet; is er iemand die Hem rekenschap kan vragen van zijn daden?" (Pred. 8,4). Het is ook het woord van volle waarheid, meer nog, het is de waarheid zelf, volgens hetgeen Johannes zegt: "Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid” (17,17).(...)       Dus omdat het gezag behoort aan het machtige en ware woord, en dat Christus het Woord van de Vader is, en daardoor de Kracht en Wijsheid, is in Hem alle kracht van het gezag gegrondvest en opgenomen. Daarom worden de authentieke leer en de verkondigers van die leer in verband gebracht met Christus voor zover Hij in het vlees komt, als fundament van heel het christelijke geloof: "Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, (...) niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf" (1Kor 3,10-11). Hij alleen is immers het fundament van de authentieke leer, hetzij apostolisch, hetzij profetisch, volgens de ene of de andere Wet, de nieuwe of de oude. Zo wordt het in de brief aan Efeze gezegd: "U bent gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen" (Ef 2,20). Het is dus duidelijk dat Christus de Meester is van de geloofskennis; Hij is de Weg, naar zijn dubbele komst, in de geest en in het vlees.

  • Maandag 12 Januari : Uit het 1e boek Samuël 1,1a.2-8.
    on 13 januari 2026 at 06:30

    Er was eens een man uit het bergland van Efraïm, een Sufiet, uit Ramataïm, die Elkanan heette. Hij had twee vrouwen: de ene heette Hanna en de andere Peninna. Peninna had kinderen, maar Hanna niet. Elk jaar ging deze man vanuit zijn woonplaats naar Silo, om daar de Heer van de hemelse machten te vereren en hem offers te brengen. Chofni en Pinechas, de twee zonen van Eli, waren daar priesters van de Heer. Wanneer Elkana zijn jaarlijkse offer bracht, gaf hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters een stuk van het offervlees. Maar het mooiste stuk gaf hij aan Hanna, want haar had hij lief, ook al hield de Heer haar moederschoot gesloten. Haar rivale kwetste haar dan diep, door haar te sarren omdat de Heer haar geen kinderen gaf. Zo ging het jaar in jaar uit. Elke keer als ze naar het heiligdom van de Heer gingen, treiterde Peninna Hanna zo erg dat ze begon te huilen en haar eten liet staan. Toen dat weer eens gebeurde, vroeg Elkana: ‘Waarom huil je, Hanna? Waarom eet je niet en waarom ben je zo bedroefd? Beteken ik niet meer voor je dan tien zonen?’