Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Zaterdag 25 Juli : Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 4,7-15.
    on 25 juli 2026 at 22:20

    Broeders en zusters, wij dragen een schat in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. Wij worden aan alle kanten bestookt, maar raken toch niet klem; wij zien geen uitweg meer, maar wij zijn nooit ten einde raad; wij worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld maar gaan er niet aan dood. Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden. Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd om Jezus' wil, opdat ook het leven van Jezus zich zou openba­ren in ons sterfelijk bestaan. Zo verricht de dood zijn werk in ons en het leven in u. Maar wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken wij. Want wij weten, dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken, om ons tot zich te voeren, samen met u. Want alles gebeurt voor u: de genade moet zich in velen verme­nigvuldigen, zodat steeds meer mensen dank brengen aan God, tot eer van zijn naam.

  • Zaterdag 25 Juli : Psalmen 126(125),1-2ab.2cd-3.4-5.6.
    on 25 juli 2026 at 22:20

    De Heer bracht Sions ballingen terug, het was alsof wij droomden. Toen lachten alle monden en juichte elk tong. Toen zei men bij de volken: geweldig is het wat de Heer hen deed. Geweldig was het wat de Heer ons deed, daarom zijn wij zo blij. Keer nu ons lot ten goede, Heer, zoals een beek doet in de Zuid-woestijn. Die onder tranen zaaien zij oogsten met gejuich. Vol zorgen gaan zij uit met zaaizakken beladen; maar keren zingend weer beladen met hun schoven.

  • Zaterdag 25 Juli : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 20,20-28.
    on 25 juli 2026 at 22:20

    In die tijd trad de moeder van de zonen van Zebedeus samen met hen op Jezus toe en wierp zich voor zijn voeten om Hem iets te vragen. Hij sprak tot haar: 'Wat verlangt ge?' Zij antwoordde Hem: 'Laat deze twee jongens van mij in uw Koninkrijk zitten, een aan uw rechter ‑ en een aan uw linkerhand.' Maar Jezus antwoordde: 'Gij weet niet wat ge vraagt. Zijt gij in staat de beker te drinken die Ik ga drinken?' Zij zeiden hem: 'Ja, dat kunnen wij.' Hij sprak: 'Inder­daad, mijn beker zult gij drinken, maar het is niet aan Mij u te doen zitten aan mijn rechter ‑ of linkerhand, omdat alleen zij dit verkrijgen voor wie mijn Vader dit heeft bereid.' Toen de tien anderen dit hoorden, werden zij kwaad op de beide broers. Jezus echter riep hen bij zich en sprak: 'Gij weet, dat de heersers der volkeren hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn; wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, moet slaaf van u wezen, zo­als ook de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.'

  • Zaterdag 25 Juli : Benedictus XVI
    on 25 juli 2026 at 22:20

          Jakobus de zoon van Zebedeüs hoort samen met Petrus en Johannes tot de groep van drie bevoorrechte leerlingen die door Jezus werden toegelaten bij belangrijke momenten van zijn leven.Samen met Petrus en Johannes heeft hij het moment mogen meemaken van Jezus' doodstrijd in de tuin van Getsemane en ook het gebeuren van de Gedaanteverandering van Jezus. Het gaat dus over situaties die veel van elkaar verschillen: in het ene geval ervaart Jakobus samen met de twee andere Apostelen de heerlijkheid van de Heer; ziet hij Hem in gesprek met Mozes en Elia, en ziet hij de goddelijke schittering in Jezus stralen; in het andere geval staat hij oog in oog met het lijden en de vernedering, ziet hij met eigen ogen hoe de Zoon van God zich vernedert en gehoorzaam wordt tot de dood. De tweede situatie werd ongetwijfeld voor hem een gelegenheid tot rijping in het geloof, als een correctie op een eenzijdige, triomfalistische uitleg van de eerste: hij moest leren inzien dat de Messias, door het Joodse volk als een overwinnaar verwacht, in werkelijkheid niet alleen overladen werd met eer en heerlijkheid, maar ook met lijden en zwakte. De heerlijkheid van Christus ligt juist in het Kruis, in de deelname aan onze smarten.       Deze rijping in geloof werd op Pinksterdag tot voltooiing gebracht door de heilige Geest, en wel zo dat Jakobus zich niet terugtrok toen voor hem het moment van het opperste getuigenis gekomen was. In het begin van de veertigerjaren van de 1ste eeuw legde koning Herodes Agrippa, neef van Herodes de Grote, zoals Lucas ons verhaalt, "de hand op enkele leden van de Kerk om hen te mishandelen. Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen" (Hand. 12, 1)...Van de heilige Jakobus kunnen we dus veel leren: de bereidheid de roep van de Heer te aanvaarden, ook wanneer Hij ons vraagt de "boot" van onze menselijke zekerheden achter ons te laten; het enthousiasme om Hem te volgen op de wegen die Hij ons wijst en die in een andere richting gaan dan onze illusies en aanmatigingen; de bereidheid om van Hem met moed te getuigen, indien nodig tot aan het hoogste offer van het eigen leven. Zo staat Jakobus de Meerdere voor ons als een welsprekend voorbeeld van edelmoedige adhesie aan Christus. Zo was juist hij, die aanvankelijk door middel van zijn moeder had gevraagd met zijn broer aan de zijde van de Meester te mogen zitten in zijn Rijk, de eerste die de kelk van het lijden dronk en met de andere Apostelen het martelaarschap deelde.

  • Vrijdag 24 Juli : Uit profeet Jeremia 3,14-17.
    on 25 juli 2026 at 22:20

    Kom terug, afvallige zonen, ‑ godsspraak van Jahwe ‑. Ik ben uw meester, Ik haal u uit alle steden en uit alle volken, en breng u naar Sion. Ik geef u vorsten naar mijn hart, die u regeren met kennis en inzicht. Als ge talrijk wordt in die tijd en sterk aangroeit in het land, ‑ godsspraak van Jahwe ‑, dan wordt er niet meer gezegd: 'Ark van het verbond van Jahwe!' Ze verdwijnt uit het geheugen, men denkt er zelfs niet meer aan, niemand mist ze, een andere wordt nooit meer gemaakt. In die tijd zal Jeruzalem heten: 'Troon van Jahwe'! Alle stammen komen samen, bij de naam van Jahwe, in Jeruzalem. Niet langer blijven ze hardnekkig in hun boosheid.