Broeders en zusters, weest elkander onderdanig uit ontzag voor Christus. Vrouwen, weest onderdanig aan uw man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk. Hij is ook de verlosser van zijn lichaam, maar zoals de kerk onderdanig is aan Christus, zo moet ook de vrouw haar man in alles onderdanig zijn. Mannen, hebt uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Hij heeft de kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefhebben, zoals ze hun eigen lichaam liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integendeel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de kerk, omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam. Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen een vlees zijn. Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk. Hoe dit ook zij, ieder van u moet zijn vrouw beminnen als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.
Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer en de weg gaat die Hij wijst: Je zult eten wat je werk opbrengt, geluk en voorspoed vallen je toe. Je vrouw als een vruchtbare wijnstok in het midden van je huis, je kinderen als jonge olijfbomen in een kring om je tafel. Ja, zo wordt gezegend de man die ontzag heeft voor de Heer. Ontvang de zegen van de Heer uit Sion, verheug je in de voorspoed van Jeruzalem, alle dagen van je leven.
In die tijd zei Jezus: 'Waarop gelijkt het Koninkrijk Gods, waarmee zal Ik het vergelijken? Het gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand in zijn tuin zaaide, het groeide en werd een grote boom en de vogels uit de lucht nestelde in zijn takken.' Hij zei ook nog: 'Waarmee zal Ik het Rijk Gods vergelijken? Het gelijkt op gist, die een vrouw in drie maten bloem verwerkte, totdat deze in hun geheel gegist waren.'
Is er iets onwaardigers dan een christen die zich geen zorgen maakt over anderen? Heb geen smoesje dat je arm bent: de weduwe die twee muntjes in het offerblok van de Tempel wierp (Mc 12,42) zal tegen je opstaan; ook Petrus, die tegen de manke zei: “Ik heb geen goud of zilver” (Hand 3,6), en Paulus, die zo arm was dat hij vaak honger had. Voer niet je sociale omstandigheden aan, want de apostelen waren ook nederig en van lage stand. Beroep je niet op je onwetendheid, want zij waren ongeletterde mannen. Zelfs als je slaaf of vluchteling was, zou je altijd nog iets kunnen doen wat van jou afhangt. Zo was Onesimus die geprezen wordt door Paulus (Kol 4,9). Heb je een slechte gezondheid? Timotheüs was dat ook. Ja, wie we ook zijn, wie dan ook kan nuttig zijn voor zijn naaste, als hij werkelijk wil doen wat hij kan. Zie je hoeveel bomen in het bos krachtig, mooi en rijzig zijn ? En toch, hebben we in onze tuinen het liefst fruitbomen en olijfbomen vol met vruchten. De mooie onvruchtbare bomen… zijn de mensen die slechts aan hun eigen belang denken… Als het gist het deeg niet laat rijzen, dan is het geen echt gist. Als een parfum degenen die dichterbij komen niet lekker laat ruiken, moeten we het dan een parfum noemen? Zeg niet dat het onmogelijk is om een goede invloed op anderen te hebben, want je bent een echte christen, daarom is het onmogelijk dat er niets gebeurt; dat maakt deel uit van de kern van het christen zijn… Het zou even tegenstrijdig zijn om te zeggen dat een christen niet nuttig kan zijn voor zijn naaste als te ontkennen dat de zon de mogelijkheid heeft om te verlichten en te verwarmen.
Broeders en zusters, weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. Weest navolgers van God, zoals geliefde kinderen past. Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Christus, die ons heeft bemind en zich voor ons heeft overgeleverd als offergave en slachtoffer, God tot een lieflijke geur. Ontucht en onzedelijkheid, in welke vorm dan ook, of hebzucht mag onder u zelfs niet ter sprake komen. Heiligen betaamt dit niet. Evenmin past u schandelijke, grove of dubbelzinnige taal, maar veeleer dankzegging. Beseft het goed: geen ontuchtige of onreine of gierige wat hetzelfde is als een afgodendienaar heeft enig erfdeel in het koninkrijk van Christus en van God. Laat niemand u met loze woorden misleiden: om zulke dingen komt Gods toorn over de ongehoorzamen. Doet niet met hen mee. Eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer. Leeft dan ook als kinderen van het licht,