Broeders en zusters,, ik buig mijn knieën voor de Vader, naar wie alle vaderschap. in de hemel en op aarde genoemd wordt: moge Hij u in zijn onmetelijke heerlijkheid geven dat uw diepste wezen machtig door zijn Geest wordt gesterkt, dat Christus door het geloof woont in uw hart en dat gij in de liefde geworteld en gegrondvest blijft. Moogt gij in staat zijn met alle heiligen te vatten, wat de breedte en lengte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereikten die de volheid van God zelf is. Aan Hem die door de kracht welke in ons werkt bij machte is oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden, aan Hem zij de heerlijkheid in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.
Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven. Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp. Oprecht is immers het woord van de Heer en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid. Eeuwig blijft staan het plan van de Heer, wat Hij heeft beraamd geldt van geslacht tot geslacht. Gelukkig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen. Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen, dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik Mij totdat het volbracht is. Meent gij, dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen, zeg Ik u, juist verdeeldheid. Want van nu af zullen er vijf in een huis verdeeld zijn; drie zullen er staan tegenover twee en twee tegenover drie; de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader; de moeder tegenover de dochter en de dochter tegenover de moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.'
"Denkt u, dat Ik vrede ben komen brengen op aarde?" Het is alsof Christus zegt: "Denk niet dat Ik gekomen ben om aan de mensen de vrede volgens het vlees en deze wereld te brengen. Dat is vrede zonder enige regel, die ze in goede verstandhouding in het kwaad laat leven en hen de welvaart van deze aarde verzekerd. Nee, zeg Ik u, Ik ben niet dat soort vrede komen brengen, maar verdeeldheid, een goede en heilzame scheiding van geesten en zelfs van lichamen. Omdat ze God liefhebben en de innerlijke vrede zoeken, zullen zij die in Mij geloven, zich op natuurlijkerwijze in onmin bevinden met de slechte mensen; zij zullen zich afscheiden van hen die proberen om de geestelijke vooruitgang en de zuiverheid van de goddelijke liefde tegen te houden, of die proberen om het hun op allerlei manieren moeilijk te maken". Dus, de geestelijke vrede, de innerlijke vrede, de goede vrede bestaat uit het rusten van de ziel in God, en de goede verstandhouding volgens juiste orde. Christus is in de eerste plaats deze vrede komen brengen... De innerlijke vrede vindt zijn bron in de liefde. Zij bestaat uit een onveranderlijke vreugde van de ziel die in God is. Men noemt het de vrede van het hart. Zij is het begin en een zekere voorsmaak van de vrede van de heiligen die in het vaderland zijn, van de vrede van de eeuwigheid.
Broeders en zusters, gij hebt vernomen hoe zich Gods genade heeft verwerkelijkt, die mij is met het oog op u gegeven is; dat mij door openbaring de kennis van het geheim is meegedeeld zoals ik het reeds in het kort heb beschreven. Wanneer gij dit leest, kunt gij u op grond daarvan een begrip vormen van mijn inzicht in het Christusmysterie. Nooit is het onder vroegere geslachten aan de kinderen der mensen bekend gemaakt, zoals het nu door de Geest is geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: dat de heidenen in Christus Jezus medeerfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het evangelie, waarvan ik bedienaar geworden ben krachtens de gave van Gods genade, mij geschonken door de werking van zijn macht. Aan mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade gegeven de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van de Christus te verkondigen, en de volvoering van het geheim in het licht te stellen. Het was van eeuwigheid verborgen in God, de schepper van het heelal, opdat thans aan de heerschappijen en de machten in de hemelen door middel van de kerk de veelvoudige wijsheid Gods bekend zou worden. Zo was zijn eeuwig voornemen dat Hij uitgevoerd heeft in Christus Jezus, onze Heer. In Hem hebben wij, door het geloof in Hem, vol vertrouwen de vrije toegang tot God.