Van Paulus, door Gods wil geroepen tot apostel van Christus Jezus, en onze broeder Sostenes aan de kerk Gods te Korinte, aan hen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een heilig leven zijn bestemd, samen met allen die allerwegen de naam aanroepen van Jezus Christus, hun Heer en de onze. Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus! Steeds weer zeg ik God dank voor zijn genade, die u in Christus Jezus is gegeven. Want in Christus zijt ge, naarmate zijn getuigenis bij u ingang vond, in ieder opzicht rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis. Op dit punt komt gij niets te kort, terwijl gij vol verwachting uitziet naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus. Hij zal u ook doen standhouden tot het einde, zodat u geen blaam treft op de dag van onze Heer Jezus. God is getrouw, die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.
U wil ik prijzen iedere dag uw Naam verheerlijken voor altijd en eeuwig. De Heer is groot en alle lof waardig zijn grootheid is niet te doorgronden! Uw daden verhaalt geslacht aan geslacht uw macht wordt alom verkondigt. Men spreekt van uw luister en Majesteit verpsreidt de faam van uw wonderdaden. Uw huiveringwekkende macht wordt vermeld, uw grootheid door ieder geprezen. Zij zingen de lof van uw grote mildheid en juichen om uw rechtvaardigheid.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen. zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur, waarop gij het niet verwacht.' Wie is dus de trouwe en verstandige knecht, die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om hun op tijd het eten te geven? Gelukkig die knecht als de heer bij zijn komst hem daarmee bezig vindt. Voorwaar, Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar is die knecht slecht en zegt hij bij zichzelf: mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de andere knechten te slaan en eet en drinkt hij met dronkaards, dan zal de heer van die knecht komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een uur dat hij niet kent; en hij zal hem vierendelen en hem het lot doen delen van de huichelaars. Daar zal geween zijn en tandengeknars.
Zeer dierbare broeder in Christus, de zachte Jezus, Ik, Catharina, dienares en slavin van de dienaren van Jezus Christus, schrijf u in zijn kostbaar Bloed, met het verlangen u te zien als een rechtvaardig heer in de uitoefening van de macht die u is toevertrouwd. (…) Men moet rechtvaardig zijn en met rechtvaardigheid de stad van onze ziel bewaken, in ware en heilige vreze Gods leven, de deugd liefhebben en het kwaad haten. Zo zullen wij het bloed van de gekruisigde Jezus proeven. De ware en heilige gerechtigheid zal dan in u schitteren, en u zult een goede en rechtvaardige bestuurder zijn voor uw eigen ziel en voor uw naaste — maar niet anders. Daarom heb ik u gezegd dat ik u als een rechtvaardig mens wil zien, zodat u, door rechtvaardig te leven, ook recht en gerechtigheid bewaart in de taak die u hebt ontvangen. Mijn zeer dierbare broeder, slaap niet langer. Schud uw geest wakker. Laten wij tot onszelf terugkeren en niet wachten op de tijd, want de tijd wacht niet op ons; hij gaat sneller voorbij dan wij denken. Ik verlang dat wij ons losmaken uit wat ons bindt, want wie gebonden is kan niet vooruitgaan. Wij moeten voortgaan op de weg van de deugd, in de leer van Jezus Christus, de gekruisigde, die de weg, de waarheid en het leven is. Wie Hem volgt, gaat niet in duisternis, maar in het licht. Laten wij daarom wandelen op deze zachte en rechte weg.
Broeders en zusters, wij bevelen u, in de naam van de Heer Jezus Christus, iedere broeder te mijden die arbeid schuwt en niet leeft volgens de overlevering die gij van ons hebt ontvangen. Hoe gij ons moet navolgen, is u bekend; wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood om niets gegeten. dag en nacht hebben wij gearbeid, met veel inspanning en moeite, om niemand van u tot last te zijn. Niet dat wij er geen recht toe hebben, maar wij wilden een voorbeeld geven ter navolging. Ook toen wij bij u waren, hielden wij u telkens deze regel voor: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. De Heer van de vrede, Hij geve u de vrede, altijd en op allerlei wijzen. De Heer zij met u allen. Deze groet schrijf ik, Paulus met eigen hand. Dit is een waarmerk in elke brief. Zo is mijn handschrift. De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen.