Lezingen van de Dag

DAGELIJKS EVANGELIE Ontvang iedere morgen de dagelijkse lezingen via email ! Katholieke, meertalige, gratis service.

  • Donderdag 21 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 22,30.23,6-11.
    on 21 mei 2026 at 05:50

    In die dagen wilde de bevelhebbers nauwkeurig weten waarvan Paulus door de Joden beschul­digd werd. Hij liet hem daarom uit de gevangenis halen en gaf bevel, dat de hogepriesters en heel het Sanhedrin zouden bijeenko­men. Daarna liet hij Paulus erheen brengen en voor hen plaats nemen.   Wetend dat het Sanhedrin ten dele uit Sadduceeën en ten dele uit Farizeeën bestond, riep Paulus, nu in het Sanhe­drin uit: 'Mannen broeders, ik ben een Farizeeën een zoon van Farizeeën. Om de verwachting en de opstan­ding der doden sta ik terecht.' Toen hij dit gezegd had ontstond er twist tussen de Farizeeën en Sadduceeën en de vergadering raakte ver­deeld. De Sadduceeën houden immers dat er geen opstan­ding is en dat er geen engelen of geesten bestaan, terwijl de Farizee­ën beide aannemen. Zo ontstond er groot tumult en enige schriftgeleer­den van de partij der Farizeeën verze­kerden met grote heftig­heid: 'We vinden niets verkeerds in deze man! Als er eens een geest of een engel tot hem gesproken heeft?' Daar de onenigheid nog erger werd en de bevel­hebber begon te vrezen dat zij Paulus zouden verscheuren, gelastte hij de soldaten naar beneden te komen om hem haastig uit hun midden weg te halen en naar de kazerne te brengen. In de volgen­de nacht stond de Heer voor hem en sprak: 'Houd goede moed; want zoals gij voor mijn zaak getuigd hebt in Jeruzalem, zo zult ge het ook in Rome moeten doen.'

  • Donderdag 21 Mei : Psalmen 16(15),1-2a.5.7-8.9-10.11.
    on 21 mei 2026 at 05:50

    Behoed mij, o God, tot U neem ik mijn toevlucht; Gij zijt mijn Heer ik erken het. De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot voor in zijn hand. Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft, Hij spreekt ook des nachts tot mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer ik val niet, want Hij staat naast mij. Daarom ben ik vrolijk en blij van geest daarom kan ik rustig gaan slapen. Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over Gij levert mij niet uit aan het graf Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mij vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde.

  • Donderdag 21 Mei : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes 17,20-26.
    on 21 mei 2026 at 05:50

    In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: Heilige Vader niet alleen voor mijn leerlingen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen een mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijk­heid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij een zijn zoals Wij een zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt een zijn en de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad. Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschou­wen, die Gij Mij gegeven hebt, daar Gij Mij lief hebt gehad voor de grond­vesting van de wereld. Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen.'

  • Donderdag 21 Mei : H. Augustinus
    on 21 mei 2026 at 05:50

    Denk aan de eenheid, mijn broeders n zusters, en zie of er in de veelheid zelf iets is dat u zo behaagt als zij. Door de genade van God zie ik u hier in groot aantal: wie zou u daar kunnen verdragen als u niet eensgezind was? Vanwaar komt deze rust in zo’n menigte? Met eenheid is het een volk, zonder haar een massa. Want wat is een massa anders dan een wanordelijke menigte? Maar luister naar de Apostel: “Ik vermaan u, broeders”; hij richtte zich tot een menigte, maar tot een menigte waarin hij de eenheid wilde herstellen; “Ik vermaan u, broeders en zusters, dat u allen eensgezind spreekt en dat er geen verdeeldheid onder u zij, maar dat u één van geest en één van gevoelen bent” (1 Kor. 1,10). Elders spoort hij aan om te leven in eenheid van hart, in dezelfde gezindheid, niets te doen uit partijzucht of ijdele eerzucht (vgl. Fil. 2,2-3). Zei de Heer niet tot zijn Vader, sprekend over de gelovigen: “Dat zij één mogen zijn, zoals Wij één zijn” (Joh. 17,21)? En staat er niet in de Handelingen van de Apostelen: “De menigte van de gelovigen was één van hart en ziel” (Hand. 4,32)? Laten wij daarom de Heer met mij zegenen en zijn Naam verheerlijken om tot de eenheid te komen; tot die noodzakelijke eenheid, tot die verheven eenheid waarin de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zo innig verenigd zijn. U ziet hoe alles ons de eenheid aanbeveelt. Ja, onze God is Drie-eenheid; de Vader is niet de Zoon, de Zoon is niet de Vader, en de Heilige Geest is noch de Vader noch de Zoon, maar de Geest van beiden; en toch zijn deze drie geen drie goden en geen drie almachtigen, maar één almachtige God, en de Drie-eenheid is één God. Dat is de noodzakelijke eenheid; maar om die te bereiken moeten al onze harten verenigd zijn.

  • Woensdag 20 Mei : Uit de Handelingen der apostelen 20,28-38.
    on 21 mei 2026 at 05:50

    In die dagen zei Paulus tot de oversten van de Kerk van Efese: Geeft acht op uzelf en op heel de kudde, waarover de heilige Geest u tot leiders heeft aangesteld om Gods Kerk te hoeden, die Hij zich verwierf door het bloed van zijn eigen Zoon. Ik weet dat er na mijn vertrek grimmige wolven bij u zullen binnendrin­gen, die de kudde niet zullen sparen, en dat ook uit uw eigen midden mannen zullen opstaan, die verkeerde dingen zullen verkondigen om de leerlingen mee te krijgen. Weest daarom waakzaam en vergeet niet, dat ik onophoude­lijk drie jaar lang dag en nacht ieder van u onder tranen het goede heb voorgehou­den. En thans vertrouw ik u toe aan God en aan het woord van zijn genade, dat de macht bezit op te bouwen en u het erfdeel te verlenen met alle geheiligden. Zilver, goud of kleding heb ik van niemand verlangd. Gij weet zelf, dat deze handen voorzien hebben in mijn eigen behoeften en in die van mijn gezellen. In alles heb ik u getoond, dat men door zo te arbeiden de zwakken te hulp moet komen en dat gij de woorden van de Heer Jezus indachtig moet zijn. Hij heeft immers gezegd: Het is zaliger te geven dan te ontvangen.' Na deze woorden knielden hij met allen neer en bad. Allen begonnen luid te wenen, vielen Paulus om de hals en kusten hem, vooral bedroefd omdat hij gezegd had, dat ze hem niet meer zouden terugzien. Daarna deden ze hem uitgeleide naar het schip.